De Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele in Brussel
In 2026 is het 800 jaar geleden dat de eerste steen werd gelegd van de kathedraal.
De kerk in het historische hart van Brussel gelegen, dient als co-kathedraal voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel.
Een co-kathedraal is een kerk die samen met een andere kathedraal als zetelkerk van de bisschop dient. Dit ontstaat wanneer bisdommen worden samengevoegd: de voormalige hoofdkerk van het toegevoegde bisdom wordt dan co-kathedraal.
Deze kerk is gewijd aan Sint-Michiel en Sint-Goedele, de beschermheiligen van Brussel. Het gebouw is een prachtig voorbeeld van de Brabantse gotiek.
Belangrijke Gebeurtenissen en Koninklijke Ceremonies
De kathedraal is al eeuwenlang het decor voor plechtige en feestelijke momenten in de Belgische geschiedenis. Vanaf de voltooiing van de bouw in 1519 is de kathedraal niet slechts een plek voor religieuze plechtigheden, maar ook voor huwelijken en andere ceremonies van de Belgische aristocratie. Dit onderstreept de historische en culturele waarde van de kathedraal voor zowel Brussel als België.
In de afbeelding hieronder ziet u een overzicht van de kathedraal, die gebouwd is van de 11e tot de 19e eeuw.
Historische Ontwikkeling van de Kathedraal
Op de locatie van de kathedraal bevindt zich sinds de 9e eeuw een kapel die gewijd is aan Sint-Michiel.
In 979 besluit de hertog van Neder-Lotharingen om Broscella te versterken met een vesting. Hierdoor begint de stad steeds meer aan betekenis te winnen als militair en administratief centrum.
In de 11e eeuw vestigt Lambert Balderic, de graaf van Leuven en Brussel, zijn kasteel op de heuvel nabij de Sint-Michielskapel. Hier richt hij een kapittelkerk op met twaalf kanunniken, aan wie hij de relieken van Sint Goedele toevertrouwt. Al snel stroomt een grote schare pelgrims toe. Om deze toestroom te kunnen beheren, wordt er van 1047 tot 1150 gewerkt aan de bouw van een nieuwe kapittelkerk, in Romaanse stijl, gewijd aan Sint-Michiel en Sint-Goedele.
De afbeelding aan de rechterzijde toont een reconstructie van de laat-Gotische westgevel van de romaanse kapittelkerk, die rond 1150 is gebouwd. Deze gevel werd later geflankeerd door twee massieve vierkante torens.
De funderingen zijn nog zichtbaar in de crypte van de kathedraal
Opkomst van de gotiek in Brussel
Onder impuls van Hendrik I, hertog van Brabant groeit vanaf 1226 de belangstelling voor de gotiek in Brussel.De Romaanse kerk wordt gaandeweg vervangen door een groter en statiger gebouw. De werf start met de apsis (koorafsluiting) in het oosten en overdekt stapsgewijs de romaanse onderbouw
Maquette met links het koor in gotische stijl, rechts de oude Romaanse kapittelkerk
De gotiek vond zijn oorsprong in Frankrijk in de 12e eeuw en staat bekend om zijn streven naar hoogte en licht. In Brussel kennen we de Brabantse gotiek, die zich kenmerkt door majestueuze klokkentorens, statige portieken en de opvallende afwezigheid van een roosvenster in de gevel. De hoge glasramen accentueren de verticaliteit van deze architecturale stijl.
In de 14e eeuw werd de bouw van het schip voltooid. De ruimte ademt statigheid door de hoge pilaren, waarvan de kapitelen versierd zijn met koolbladeren, een typerend kenmerk van de Brabantse gotiek.
In 1470 wordt de westgevel opgetrokken en het dubbeltorenfront bekroont het gebouw in 1480.
Na 250 jaar is de werf klaar.
Dit glas-in-loodraam, vervaardigd in 1537, toont Keizer Karel en zijn gemalin Isabella van Portugal, naast Karel de Grote en de Heilige Elisabeth van Thüringen. Allen zijn geknield afgebeeld voor God de Vader. Het raam is versierd met de wapenschilden van de belangrijkste heerlijkheden en eigendommen van de keizer, waaronder Brabant, Bourgondië, Oostenrijk, Castilië-Leon-Aragon en Sicilië, evenals de tweekoppige arend, het embleem van het Heilig Roomse Rijk van de Duitse Natie.
Dit glasraam werd gemaakt naar tekeningen van Bernard van Orley.
Keizer Karel koos het noordertransept van de Kathedraal voor zijn glasraam, omdat het zijn gewoonte was om met zijn gevolg door de zuidelijke deur naar binnen te gaan. Als hij de kerk binnenkwam, kon zijn hele gevolg omhoog kijken en zijn beeltenis bewonderen.
In 1533 werd er bij de renovatie van de koorkapellen teruggegrepen naar de flamboyante gotiek, gekenmerkt door vlamvormige elementen.
Het gebrandschilderde raam heeft een vijfde figuur: God de Vader. Hij neemt een nogal onopvallende plaats in: rechts van de triomfboog, op een soort sokkel die een altaar moet voorstellen. Hij houdt een kruisvormig reliekschrijn vast. Het is de moeite waard om de respectieve proporties van de figuren op te merken: God de Vader is half zo groot als Karel V. Hier staat de mens in de schijnwerpers: nederigheid en bescheidenheid zijn niet langer aan de orde van de dag. Alles staat in dienst van de glorie van Keizer Karel.
Keizer Karel V (1500-1558) liet een onuitwisbare indruk achter op zijn tijd. Als afstammeling van de Spaanse en Oostenrijkse Habsburgers regeerde hij over een groot deel van Europa, evenals over gebieden in Azië en Amerika. Het werd gezegd dat in zijn imperium de zon nooit onderging!
Karel V was nauw verbonden met Brussel, waar hij meer dan 30 jaar heeft gewoond. Samen met zijn familie financierde hij de creatie en plaatsing van de gekleurde glasramen in de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele. Ondanks de onrust die de Hervorming destijds in de stad veroorzaakte, beleefde Brussel een periode van aanzienlijke economische bloei.
In het begin van de 16e eeuw ontketent de Reformatie (Protestantse Hervorming) een golf van onrust door Europa. Ook het Habsburgse Keizerrijk ontkomt hier niet aan. Onder het bewind van Filips II, de zoon en opvolger van Keizer Karel, komen de Lage Landen onder leiding van Willem van Oranje, bijgenaamd de Zwijger, in opstand tegen het Spaanse regime.
Brussel wordt getekend door zware wantoestanden: tussen 1566 en 1585 bestormen protestanten de kapittelkerk, terwijl beeldenstormers schilderijen, retabels, beelden en glas-in-loodramen vernietigen. In 1579 verwijderen zij zelfs de relieken van Sint-Goedele. Ditzelfde jaar verklaren de noordelijke provincies hun onafhankelijkheid en vormen ze de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, terwijl de Zuidelijke Nederlanden onder de Spaanse heerschappij blijven.
Na de beeldenstorm begon de periode van wederopbouw. De kapittelkerk werd verfraaid met schitterende barokke ornamenten, die bekend staan om hun weelderige details. Als vervanging voor de vernielde heiligenbeelden werden indrukwekkende nieuwe beelden van de apostelen geplaatst tegen de zuilen van het schip. Afbeelding links.
Om de nieuwe bouwtrend te volgen, werden diverse gotische kapellen afgebroken en vervangen door barokstijl exemplaren, zoals die van Onze-Lieve-Vrouw van Bevrijding, gebouwd in 1649, rechts in de afbeelding.
Revolutionaire uitbraak en Franse Beeldenstorm
Aan het einde van de 18e eeuw dringen de Franse revolutionairen Brussel binnen. In 1793 worden de Zuidelijke Nederlanden geplunderd, en in 1795 volgen bezetting en annexatie door Frankrijk. Het antiklerikalisme van de revolutionairen veroorzaakt aanzienlijke schade aan de kapittelkerk. Het kapittel van Sint Goedele werd opgeheven, en sommige pleitbezorgers stelden zelfs voor om de kerk volledig te ontmantelen, gelukkig is dit niet gebeurd. Enkele jaren later herstelde Napoleon Bonaparte de religieuze functie van het gebouw. De Franse bezetting van Brussel eindigde in 1815, na de overwinning van de Coalitietroepen bij Waterloo.
Na de splitsing van het bisdom Mechelen in 1961 kreeg Antwerpen zijn eigen bisdom en Brussel een co-kathedraal. Sinds circa 2000 heet de Brusselse kathedraal officieel Sint-Michiel en Sint-Goedele = de Dom van Brussel.
De kathedraal werd gebouwd met gobertangesteen uit Dilbeek. Deze steen heeft een geelachtige, witte kleur, vaak met bruine strepen of een gewolkte uitstraling. Een kenmerk daarvan is de fijne, soms onderbroken lijntekening van het leger. Je vindt ook schelpenknollen van ongeveer drie vierkante centimeter, die soms uit elkaar kunnen vallen. Deze steen komt niet uit een rotsformatie, maar wordt als los materiaal uit de grond gewonnen. Grote exemplaren zijn zeldzaam, wat betekent: hoe groter de steen, des te waardevoller.
De kathedraal in cijfers:
• 110 meter lang, 50 meter breed, 26,5 meter hoog;
• De kruising van het transept wordt bekroond door een 17 meter hoge eikenhouten toren, de spits aan de buitenkant van de kathedraal is bedekt met leisteen en de windwijzer is verguld;
• Het grote orgel weegt 30 ton;
• De twee torens (69 meter hoog);
• In de Noordtoren hangt de grote Salvator-klok (1481), die 7 ton weegt;
• In de Zuidtoren bevindt zich het carillon, bestaande uit 7 slingerklokken en een carillon van 42 klokken (1975)
In het laatste kwart van de 20e eeuw vond er een intensieve restauratie plaats waarbij constructieproblemen werden aangepakt en de stabiliteit werd verbeterd.
De monumentale trap voor de kathedraal, ontworpen door Pieter Paul Merckx (1702-1707), diende oorspronkelijk als toegang tot de stadsomwalling tussen de Lakensepoort en de Schaarbeeksepoort.
De vloer bevat een meridiaanlijn.
Op 22 februari 1836 werd een Koninklijk Besluit genomen voor de aanleg van meridiaanlijnen in België. Er zouden 41 lijnen worden aangelegd, maar slechts 10 werden uitgevoerd. Deze uitvoering gebeurde onder leiding van Adolphe Quetelet, directeur van de Koninklijke Sterrenwacht in België. Hij bepaalde de meridiaan met de bol van Quetelet, waarmee de lokale middelbare zonnetijd werd vastgesteld en de uurwerken werden aangepast. Door de lengtegraad ten opzichte van de hoofdstad konden klokken (zonder wettelijke basis) op Brusselse tijd worden ingesteld.
In Brussel loopt de meridiaanlijn door de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele, waar een messing strip in de vloer is aangebracht. 's Middags werpt zonlicht dat door een oculus in een glas-in-loodraam schijnt, een vlek op de meridiaanlijn. Tijdens renovatiewerk in 1988 raakte een deel van deze strip tijdelijk verborgen, maar is later hersteld en volgt nu de trap naar het altaar. De pijl wijst naar de oculus; de meridiaanlijn van Brussel is zichtbaar op de voorgrond.
Deze afbeelding toont het gotische koor waarvan de bouw begon in 1226, het rijk gedecoreerde gouden altaar is een centraal kenmerk van dit deel van de kerk. De hoge gotische bogen, de triforium ( de galerij boven de bogen) en de grote glas-in-loodramen zijn karakteristiek voor deze kathedraal.
Voor de Brusselse kathedraal vervaardigde beeldhouwer Michel Smolders in het Jubeljaar 2000 een nieuw stenen altaar uit één blok in de groeve van Avins, nabij Hoei. Deze offertafel van drie ton "vestigt de aandacht op de eucharistie. De horizontale compositie is geïnspireerd op de boom waarvan een deel omhoog en een deel omlaag is gericht: de boom van Jesse of de universele kerk die aarde en hemel verbindt."
"Dit is een voorbeeld van de dubbele betekenis van het altaar: enerzijds offertafel, verwijzend naar Jezus’ zelfgave op het kruis, anderzijds de tafel van het avondmaal. Smolders’ kunstige steen doet ook denken aan een prehistorische offersteen." Bewerkt heeft het blok grijze en witte tinten, en gepolijst een donkere kleur. Op de bovenkant zijn vijf consecratiekruisen ingehouwen.
De kathedraal van Brussel herbergt uitzonderlijke glas-in-loodramen die tot de topstukken van de Europese gotiek worden gerekend. Van bijzonder belang zijn de 16e-eeuwse ramen in de noord- en zuiderdwarsbeuk, die scènes uit het leven van heiligen en vorstelijke schenkers uitbeelden, naast de indrukwekkende glaspartijen in het koor. Deze ramen stammen deels uit de renaissance, met werken van onder anderen Bernard van Orley. Ze stralen door hun levendige kleuren en gedetailleerde techniek een ongekende schoonheid uit.
De ramen van de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele vertellen het verhaal over het Sacrament van Mirakel. Men noemt het een amalgaam van bijgeloof, onwetendheid en Jodenvervolging. Het verhaal begint met een Jood die gewijde hosties steelt uit de kerk en om te bewijzen dat ze niet het lichaam en bloed van Christus zijn, doorsteekt hij ze met een mes. De hosties beginnen te bloeden. De Joden worden aangehouden, terechtgesteld en hun goederen verbeurdverklaard.
Glasraam Het Laatste Oordeel.
Boven de hoofdingang bevindt zich het gebrandschilderde raam van het Laatste Oordeel. Het dateert uit 1528 en de afmetingen en positie ervan boven de ingang van het gebouw maken dit tot een unicum in de wereld.
Beschrijving van het glasraam vind je hier bij wist je dat
Sacrament van Mirakel,
wordt jaarlijks in een processie gedragen door Brussel
Kapel van het Sacrament van Mirakel
De Kapel van het Sacrament van Mirakel herbergt een schitterende verzameling kunstwerken, relieken en textiel. Tot de meest bijzondere items behoren zijden gewaden met gouddraad, een kelk vervaardigd voor Leopold I en een 14e-eeuws reliek van het ware kruis. Bovendien staat er een marmeren beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind, gemaakt door Conrad Meit.
In de kathedraal worden hosties bewaard als reliek, volgens een middeleeuws verhaal dat vertelt dat ze in 1370 gingen bloeden, na doorsteking door een Jood. De monstrans, prachtig versierd met diamanten en kristal, is een eyecatcher. Het Sacrament van Mirakel was vooral van betekenis in de 17e eeuw; het verhaal leidde tot de vervolging van Joden en is te zien in de glasramen. Deze gebeurtenis werd jaarlijks herdacht, maar de traditie werd stopgezet na de Tweede Wereldoorlog. In 1977 werd er ter nagedachtenis een bronzen gedenkplaat geplaatst met de volgende tekst:
“De Joodse gemeenschap van Brussel werd in 1370 beschuldigd en gestraft voor de profanatie van het H. Sacrament. Op Goede Vrijdag 1370 zou men in de synagoge gestolen hosties met een dolk doorboord hebben. Uit de hosties zou bloed gevloeid zijn. De diocesane autoriteiten van het bisdom Mechelen-Brussel hebben in de geest van het Tweede Vaticaans Concilie en na kennisname van het historisch onderzoek, in 1968 de aandacht gevestigd op het tendentieuze karakter van de beschuldiging en de legendarische voorstelling van het 'mirakel'.”
Het verkleuren van hosties kan een gevolg zijn van een micro-organisme, de Microcossus prodigiosus of Serratia marcescens.
Eikenhouten biechtstoel in de kathedraal vervaardigd in 1662 door Jean Van Dele (Jan van Delen), een hofbeeldhouwer van koning Karel II van Spanje. Het houtsnijwerk is typerend voor de barok, met overvloedige versieringen zoals cherubijnen (engeltjes), krulmotieven (voluten) en gedetailleerde architecturale elementen
Preekstoel
De naturalistische preekstoel, ontworpen door Hendrik Frans Verbruggen voor de Sint-Michielskerk in Leuven (1696-1699), werd in 1776 naar Brussel verplaatst op initiatief van keizerin Maria Theresia. Dit meesterwerk illustreert de zondeval en de verlossing: Adam en Eva worden door een aartsengel verdreven, terwijl een slang uit de boom wordt overwonnen door de Maagd en haar Kind. Kenmerkende engelen van Verbruggen sieren het geheel, terwijl Jan Baptist van der Haeghen dierfiguren toevoegde langs de trap.
Hier zien we het standbeeld van Sint-Goedele, geplaatst in de kathedraal van Brussel. Dit meesterwerk is vervaardigd door M. de Beule in het jaar 1912.
Het standbeeld is gemaakt van verguld hout en beeldt de heilige op bijzondere wijze uit met een kroon op haar hoofd. In haar linkerhand houdt ze een open bijbel, met daarin een gedetailleerde miniatuur van de kathedraal, terwijl haar rechterhand een lantaarn vasthoudt. Volgens de legende blies de duivel steeds op de vlam van deze lantaarn om te voorkomen dat Goedele ’s avonds ging bidden in een nabijgelegen kapel. De heilige ging op haar knieën en smeekte de hemel om haar te helpen. De hemel stuurde een engel om de vlam weer aan te wakkeren, zodat Goedele de kapel kon bereiken. Dit is een allegorie van het kleine vlammetje van het christelijk geloof dat helder schijnt in een moeilijke tijd waarin ze het hoofd moest bieden aan tegenkrachten die haar van het geloof wilden afkeren.
Sint-Goedele werd geboren in de 7e eeuw en wijdde haar leven geheel aan gebed en oprechte naastenliefde; haar belangrijke relikwieën werden in de 11e eeuw naar de kerk overgebracht, waar ze sindsdien worden vereerd door talloze gelovigen.
De afbeelding links, fragment van de vloer onder het altaar, toont een prachtig decoratief ontwerp met mythologische dieren, sterk geïnspireerd door de Socarratstijl, waarbij tegels vaak zijn beschilderd met ijzeroxiden (rood en bruin) en mangaan (zwart en paars) op een witte achtergrond.
In het midden van het medaillon zijn twee leeuwen en twee griffioenen te zien. De leeuw symboliseert vaak macht, autoriteit en rechtvaardigheid. De griffioen, een fascinerend wezen met het lichaam van een leeuw en de kop en vleugels van een adelaar, is een klassiek motief in de middeleeuwse kunst.
De tweekleurige uitvoering en de specifieke stijl van de figuren zijn typerend voor de 15e-eeuwse keramiek uit Paterna en Manises. Deze dieren zijn geplaatst in een centraal medaillon, omringd door geometrische en florale patronen die sterk doen denken aan Mudejar of middeleeuwse textielontwerpen.
Naast de medaillons met leeuwen en griffioenen werden ook vele ambachten en dieren voorgesteld op de vloer onder het altaar.
De Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele in Brussel huisvest een aantal indrukwekkende orgels. In het voorjaar van 2000 verwelkomde de Kathedraal haar nieuwe grote orgel, dat trots aan de noordelijke muur van het middenschip is opgehangen. Dit meesterwerk is vervaardigd in de werkplaatsen van El Papiol in Barcelona door Gerhard Grenzing en zijn team. Het kastontwerp is van de Engelse architect Simon Platt. Het orgel bestaat uit drie kassen: in het midden bevindt zich de centrale kast met de speeltafel en vier klavieren, geflankeerd door twee pedaaltorens aan weerszijden. Met een gewicht van bijna dertig ton heeft het de indrukwekkende vorm van een zwaluwnest. De akoestische plek is perfect gekozen; de geluidsgolven weerkaatsen tegen het gewelf en de tegenoverliggende muur, waardoor een prachtige klank ontstaat. Dit krachtige instrument beschikt over 4300 pijpen, verdeeld over 63 registers, 4 manualen en 1 pedaal.
Daarnaast staat er in de crypte van de kathedraal nog een klassiek koororgel uit 1965.
Het koororgel gebouwd door Patrick Collon.Dit orgel is in 1977 gebouwd door de Belgische orgelbouwer Patrick Collon. Het instrument is ontworpen in de Duitse barokstijl, geïnspireerd op de dispositie van Gottfried Silbermann. Het bevindt zich in het koor van de kathedraal. Het Collonorgel wordt gebruikt voor de begeleiding van de liturgie en bij concerten.
De grote luidklok Salvator
De klokken en de beiaard van de kathedraal bepalen het ritme van het religieuze en burgerlijke leven in het gebouw. Ze zijn de “stem” van de kathedraal.
De grote luidklok, de “Salvator”, weegt 6.800 kg en werd in 1638 gegoten door de Mechelse gieters Peter De Klerk en Peter I Van den Ghein. De peetoom was koning Filips IV van Spanje, aangezien onze gewesten destijds onder Spaanse heerschappij stonden. De klok bevindt zich in de noordelijke toren (links, vanaf de hoofdingang van de kathedraal). Hij klinkt alleen bij speciale gelegenheden, zowel alleen (voor de aankondiging van de koning, de dood van een paus of koning, of bij ernstige nationale gebeurtenissen) als samen met andere klokken voor feestelijke religieuze ceremonies (Kerstmis, Pasen, priesterwijdingen, enz.).
De andere klokken en de beiaard bevinden zich in de zuidelijke toren. Er zijn zeven hangklokken, geïntegreerd in de beiaard (die Fabiola, Maria, Michael, Gudula, Philippe, Astrid en Laurent heten). Ze werden gegoten tussen 1966 en 1975 door Horacantus (Lokeren, België) en/of door de Koninklijke Nederlandse Gieterij, Koninklijke Eijsbouts Klokkengieterij (Asten).
De klokken luiden verschillende composities voor diensten en religieuze ceremonies. De beiaard speelt automatisch elk kwartaal seizoensgebonden melodieën. Het wordt ook handmatig bespeeld door muzikanten uit de twee belangrijkste taalgebieden of, zo'n vijftien keer per jaar, door buitenlandse beiaardiers.
De Madonna met Kind, vervaardigd door Conrad Meit voor het graf van Philibert van Chalon in Lons-le-Saunier, bevindt zich nu in de kapel van het Sacrament van Mirakel in de dom van Brussel.
Conrad Meit (geboren in 1480 in Worms; overleden tussen 1550 en 1551 in Antwerpen) was een beeldhouwer uit de late gotiek en renaissance, die het grootste deel van zijn carrière in de Lage Landen doorbracht.
Meits figuren weerspiegelen een vernieuwende benadering van de renaissance, zowel in concept als in stijl. Zijn werk, gekenmerkt door fijn bewerkte plasticiteit en een uitgesproken lichamelijkheid, introduceerde een geheel nieuwe expressieve vorm in de laatgotische kerkbeeldhouwkunst. De anatomie van zijn naaktfiguren is meer geïnspireerd door Albrecht Dürer dan door de klassieke beeldhouwkunst.
Dit indrukwekkende witmarmeren beeldhouwwerk bevindt zich in de kathedraal, specifiek onder het Kruisaltaar. Het is vervaardigd door de bekende 19e-eeuwse Brusselse beeldhouwer Willem Geefs (geboren in 1806). Dit werk biedt een klassieke en emotionele weergave van de Graflegging, een thema dat typerend is voor de neogotische en romantische stijl die in die periode populair was in kerkinterieurs.Het marmeren beeldhouwwerk verbeeldt de Graflegging of Zalving van Jezus, waarbij het lichaam van Jezus na de kruisiging wordt voorbereid voor zijn begrafenis.
Dit drieluik werd geschilderd door Michel Coxcie, in 1499 geboren en in 1592 gestorven. Hij staat bekend als de Vlaamse Rafaël. De schilderijen van Coxcie, die ongeveer tien jaar in Rome studeerde, doen inderdaad denken aan het werk van Rafaël door de kleurkeuze, de compositie en de houding van de figuren. Coxcie was de officiële schilder aan het hof van Karel V. Deze triptiek werd geschonken door de abt Philippe Hosden en bevindt zich in de schatkamer van de dom.
De crypte onder het koor van de Kathedraal. Deze romaanse crypte uit de 11e eeuw, heeft de afmetingen van een kleine kerk, en was waarschijnlijk bedoeld om de relieken van Sint-Gudula te bergen. Op de muren kan men nog tekeningen zien, evenals voornamen en inscripties in het Latijn.
Archeologische opgravingen hebben de fundamenten van deze Romaanse kerk en de crypte blootgelegd, waarin de sarcofaag van hertog Jan II van Brabant, die in 1312 stierf, is opgeborgen.
Grafkelder van Albrecht en Isabella voor het sacramentsaltaar.
Bekijk hier de virtuele rondgang in de kathedraal = Ontdek de kathedraal vanuit huis
De afbeeldingen zijn van Annemie Pas en Patricia Rijmenants en uit de website https://cathedralisbruxellensis.be/nl/zie-en-hoor/
Maak jouw eigen website met JouwWeb