Keramis. Centrum voor Keramiek van de Federatie Wallonië - Brussel in La Louvière

Keramis, een museum en creatieruimte voor keramiek, is gevestigd op de locatie van de oude faiencefabriek Boch in La Louvière. De gedurfde architectuur omvat een oud gebouw met drie enorme flessenvormige ovens, de laatste Belgische voorbeelden van dit type.

Het Boch-aardewerkimperium

1748 : François Boch besluit  met keramiek te beginnen in plaats van gietijzergieter. Samen met zijn drie zonen,              Jean-François, Dominique en Pierre-Joseph, en schoonzoon Pierre Valette, start hij in Audun-leTiche  in                 Lotharingen

1767 : Door de inlijving door Frankrijk van het gebied in 1765 begonnen ze nabij Luxemburg een nieuwe fabriek                die operationeel was in 1767 onder de naam “Jean-François Boch et frères”.

1809 : De zoon van Pierre-Joseph, Jean-François, neemt de leiding over en koopt in 1809 een oude abdij in                        Mettlach aan de Saar. Door het Congres van Wenen verkrijgt Luxemburg de status van Groothertogdom,                waardoor ze door strenge douanerechten de Nederlandse en Franse markt verliezen. De oudste zoon van                Jean-François, Eugène, komt ook in de zaak en neemt de leiding van Mettlach over terwijl Jean-François in            Luxemburg aan het hoofd blijft.

1836 : In 1791 was ondertussen Nicolas Villeroy in Vaudrange een faiencefabriek begonnen waarmee Boch later in            1836 zou fuseren tot Villeroy & Boch.

1841 : Door de Belgische revolutie (1830) en het verdrag met Willem, koning der Nederlanden, splitste                            Groothertogdom Luxemburg af van België. Het trad ook toe tot de Zollverein, de douane-unie, in 1842.                    Jean-François Boch had hierop geanticipeerd en had een oude pottenbakkerij gekocht op 17 mei 1841                    in Saint-Vaast.

1844 : Victor Boch, de jongere broer van Eugène, leidde de nieuwe fabriek die de naam Keramis kreeg van 1844                 tot 1881. In 1844 werd de Belgische onderneming Boch Frères (Bock Frères Keramis) opgericht.

1881 : Overname door Charles Tock en later Marcel Tock. De fabriek kreeg vele onderscheidingen en groeide van            250 arbeiders (1893), 1000 (1900) en 1350 arbeiders (1936). 

1869 : Al snel werden de eerste arbeidswoningen opgetrokken voor de migranten uit Luxemburg, die rond 1870 al            vergezeld werden door mensen uit Nederland en in de 20e eeuw door migranten uit Europa (Polen, Italië,                Turkije) en de Maghreblanden. Zo werd de stad opgebouwd op een multiculturaliteit die ook vandaag nog                 sterk aanwezig is. Het gedeelte van de gemeente waar de fabriek lag met omliggende arbeiderswoningen                en accommodatie nam zo een proportie aan dat ze een onafhankelijke gemeente werd onder de naam La                   Louvière.

1948 : De firma werd een NV onder de naam Boch Frères S.A. Met de opstart in 1949 van een sanitaire productie-           eenheid kende het bedrijf een nieuwe groei. In 1972 was de nieuwe grotere fabriek klaar maar de gouden               jaren waren voorbij. Vanaf 1975 is er een negatieve trend te merken. 

1985 : Boch Frères S.A. wordt geliquideerd en de activiteiten worden opgesplitst.

Gedurende tientallen jaren heeft de familie Boch de kwaliteit van hun ontwerpen hoog in het vaandel staan. Dankzij Anna Boch werden gerenommeerde kunstenaars zoals Charles van der Stappen en Théo Van Rysselberghe betrokken bij de productie. De familie onderhoudt intensieve contacten met diverse kunstenaars. Zo was Eugène Boch een hechte vriend van Vincent van Gogh.

Luchtfoto van de manufacture in 1960

Luchtfoto van de manufacture in 1970

De drie ovens in La Louvière zijn het enige bewijs van de meest wijdverspreide industriële baktechnologie uit de 19e eeuw.
Geïnspireerd door Engelse steengoedovens die efficiënter waren, werden deze ovens rond 1865-1870 gebouwd. Ze stonden in een batterij van drie binnenloodsen, handig voor het voorbereiden van de werkstukken. Men vermoedt dat Paul Jongen, die in 1868 uit Maastricht arriveerde, ze heeft gebouwd. Het aantal ovens (9 tot 12 volgens beschikbare plattegronden) is te danken aan hun werking. Het waren intermitterende ovens; het laden was arbeidsintensief en het bakken duurde 48 uur (1300 °C) voor biscuit en 16 tot 20 uur voor glazuur.

Na het bakproces moest de temperatuur langzaam dalen voor het legen van de oven. Deze ovens waren verwarmd met steenkool via twaalf vuurhaarden rondom de bakkamer. De deur van de ovens heeft een antropomorfe vorm, zodat een man rechtop met een cazette, een cilindrische doos, naar binnen kan. Deze doos beschermt het te bakken object tegen directe vlammen en zorgt voor gelijkmatige garing. Gespecialiseerde arbeiders, de ovenladers, stapelden de dozen in kolommen en plaatsten ze in de bakkamer.

Hoewel flessenovens door de introductie van doorlopende ovens overbodig werden, bleven ze lange tijd in gebruik, waarschijnlijk tot na de Tweede Wereldoorlog. Ze dienden voor de eerste stookfase, die de biscuit produceerde. De drie resterende flessenovens zijn de laatste Belgische voorbeelden van deze stookmethode, typerend voor het industriële tijdperk.

Keramis (het keramiekcentrum in La Louvière) breidt zijn faciliteiten uit met een nieuwe 'Girel 3e-oven'. Deze investering is gericht op het vergroten van de creatieve en experimentele mogelijkheden voor kunstenaars in residentie en andere gebruikers, waarmee het centrum inspeelt op de behoefte aan hoogwaardige baktechnieken.

Siertegelpaneel uit begin 20e eeuw geproduceerd door de manufactuur Boch Frères. Het bestaat uit keramiektegels, manueel vervaardigd volgens de "cloisonné"-techniek.  Elk motief is afgebakend met kleiwanden alvorens de verschillende kleuren aan te brengen. Een lang, moeilijk en delicaat proces, wat dit type paneel ook duur maakte. Het exemplaar werd door de Koning Boudewijnstichting aangekocht en in Keramis in bewaring gegeven.

La Terre, een keramisch muurpaneel gemaakt in 1948 door de decoratieve werkplaats van de Manufacture Boch Frères Keramis in La Louvière. Het werk werd ontworpen door Raymond-Henri Chevalier. Het symboliseert, samen met het zusterpaneel "Le Feu", de vervaardiging van keramiek en de expertise van La Louvière op dit gebied. Oorspronkelijk sierde het de inkomhal van het administratieve gebouw van Boch Frères.

Uitstraling op de wereld-tentoonstellingen

De aardewerkfabriek Boch La Louvière exposeert zijn producties op nationale en internationale beurzen, zoals de Wereldtentoonstelling van Londen in 1851. De fabriek wint zijn eerste grote prijs in 1847 tijdens de Tentoonstelling van de Nationale Industrie in België. Naast vaatwerk creëert de fabriek luxueuze decoratieve fantasieartikelen, het zogenaamde 'fijne' gemarmerde keramiek met rijke versieringen uit de Rijnlandse traditie. Op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889 stelt de onderneming een paar Delftse vazen van bijna 2,25m hoog voor. Boch La Louvière, meermaals internationaal bekroond, staat synoniem met kwaliteit, net als de grootste aardewerkfabrieken.

Schilderkamer: imitatie en creatie

Met de oprichting van het kunstatelier 'Delftse schilderkamer' verbindt Boch La Louvière zich aan handgeschilderde versieringen. Sinds 1864, met de komst van buitenlands handwerk uit Delft en Maastricht, neemt de onderneming een nieuwe richting. Ondanks gedrukte decors blijven handgeschilderde versieringen (landschappen, portretten, oorlogstaferelen) de kwaliteit van fantasieartikelen hoog. Deze artistieke productie richt zich op de eclectische smaak van een welstellend cliënteel. Nederlandse decorateur-ambachtslui, getraind in La Louvière, excelleren in het imiteren van oude modellen zoals de faience van Rouen, majolica uit de renaissance en Iznik-keramiek. Deze terugkeer naar manuele decoratie trekt kunstschilders aan, zoals Georges De Geetere, die-in tegenstelling tot 'huisdecorateurs'- zijn opgeleid aan academies voor schone kunsten.

Aardewerken schaal uit Rouen circa 1725 

Suzanne Bilot, decoratrice van Charles Catteau

Onder invloed van art nouveau en art deco vernieuwt Charles Catteau bij Boch Frères vormen, decors en glazuren. Hij wordt meerdere keren beloond voor de kwaliteit en vormgeving van zijn industriële creaties. Met een combinatie van creativiteit en grootschalige productie maakt hij tijdloze stukken die jarenlang in productie blijven.

Tijdens de art nouveau ontstaat het idee dat kunst toegankelijk moet zijn voor het grote publiek. Het doel is om het dagelijkse leven te verfraaien en alle bevolkingslagen te verheffen. Ook Charles Catteau onderschrijft deze ideologie. Met de komst van standaardisering door industrialisering ontstaat de art deco, een stijl ten dienste van de industrie, waar hij resoluut voor kiest.

Binnen de art deco zoekt Catteau naar innovatie en modieuze effecten. Hij kiest voor sterk gestileerde, natuur geïnspireerde motieven en gedurfde kleuren. Ook laat hij zich inspireren door Japanse kunst, afrikanisme, het Oude Griekenland, de Egyptische cultuur en avant-gardebewegingen zoals kubisme, abstractie en Russische balletten.

Meer dan 800 aardewerk en steengoed van Charles Catteau 1880-1996) vind je terug in deze link

Deze collectie werd verzameld door Claire De Pauw en Marcel Stal. Hun opmerkelijke inzicht heeft deze collectie tot de wereldwijde referentie gemaakt van Catteau's oeuvre en de productie van Boch Keramis tijdens de art deco.

Dit portret van een mijnwerkster staat symbool voor de onvermoeibare inzet van vrouwen in de kolenindustrie. Dit thema kwam veelvuldig naar voren in de sociale schilderkunst van het laatste kwart van de 19e eeuw. De vleugel en de hellingbaan zijn prachtig versierd met Japans geïnspireerde drukmotieven, die zijn verrijkt met gouden accenten. Dit werk, vervaardigd door de decorateur Arnold Léonard De Mol, lijkt ongetwijfeld een opdracht of prestigetstuk te zijn, ontworpen voor een internationale tentoonstelling. De Mol was niet alleen graveur, maar ook schilder op porselein en aardewerk. Hij heeft zijn opleiding genoten aan de Brusselse Academie, onder de begeleiding van de kunstenaars François-Joseph Navez en Luigi Calamata. Afmetingen: Diameter in cm 60,8 Hoogte in cm 8,5

'Les Trente Glorieuses' (1945-1975)

Van de Bevrijding tot de oliecrisis in 1973 ervaren de geïndustrialiseerde landen ongekende economische groei. Vanaf 1949 drijft Boch La Louvière zijn sanitairproductie (Vitribo) op en gebruikt het merk Keralux voor vaatwerk. In 1952 verschijnt een nieuwe artistieke topfiguur: Ernest D'Hossche. Deze oud-leerling van Catteau begon op 14-jarige leeftijd (in 1926) in de aardewerkfabriek en leidt nu een eigen kunstatelier. Zijn verdienste: artistiek aardewerk geïnspireerd door mediterrane stijlen uit de jaren 50. D'Hossche ontwerpt ook hedendaags tafelgerei. Vooruitgang en modern comfort kenmerken de tafelkunsten van de jaren 60. Organische vormen en felle kleuren bepalen de toon op de Wereldtentoonstelling van 1958.

Keramisch kunstwerk genaamd"Collection de la Ville de La Louvière" van de kunstenaar Ernest D'Hossche

Dame au bouquet, Catherine Barjansky (1980-1965)

Decoratief theeservies, ontworpen door Charles Catteau

Wandbord met het patroon 'Constantinopel', ontworpen door Theo Colenbrander voor de Haagsche Plateelfabriek Rozenburg rond 1886.

Charlie Voeltzel, winnaar van de Keramis Residency Prize op de C-14 Parijse kunstbeurs in oktober 2023, profiteerde van een residentie van 50 dagen en 50 nachten in het atelier van het museum. Uitgerust met reeds gemaakte gipsen mallen, nam hij in de zomer van 2024 zijn intrek in de residentie La Louvière.

Geïnspireerd door de arbeiders van de Boch-fabriek ontwikkelde hij een bijna industrieel proces om duizenden kippeneieren te reproduceren in Limoges-porselein. Verpakt op pallets tot een compact volume, biedt de collectie een kritisch perspectief op de legbatterijen. Dit werk richt zich dan ook op de accumulatie van een universele, symbolische en vooral voedende vorm: het ei.

Door keramiek, beweging en geluid te combineren, haalt Roxane Rajic haar inspiratie uit de ondergrondse wereld om sculptuur-machines te creëren.

Roxane Rajic, laureaat van de Prijs residentie jonge keramische creatie van de Fédération Wallonie-Bruxelles 2025, kreeg een residentie van 50 dagen in de Ateliers van Keramis. Afgestudeerd aan ENSAV La Cambre in 2024, wil die de interactiehandelingen die ons individueel en collectief verbinden, bewust maken.

La marée sans étoiles (het sterloze getij) neemt de vorm aan van een geluids- en kinetische installatie. In dit werk activeert kunstenaar Roxane Rajic keramische sculptuur-machines via water, adem en gebaar, en verkent die de dynamieken en resonanties van de ondergrondse wereld.

 

Keramisch figuur vergelijkbaar met de "Wooden Dolls" ontworpen door Alexander Girard voor Vitra

Keramische tegelmuurschildering die lijkt op de stijl van Piet Schoenmakers (Nederlands beeldend kunstenaar), vergelijkbaar met de geveldecoraties uit de jaren 60

De tranen van de schelp, 2025 Luna-Isola Bersanetti 

De wonderlijke hersenschimmen

De creaties van Barbara Leclercq hebben iets weg van Jerome Bosch.
In haar werk worden fragmenten van lichamen, klauwen en slagtanden samengevoegd tot fantasievolle gestalten die aandoen als hedendaagse waterspuwers. Tekeningen, beeldhouwwerken, keramiek, architectuur… Steeds wordt het idee van de ruïne en de wederopbouw van het leven weerspiegeld in het verbazingwekkende werk van deze in 1997 geboren en in Brussel wonende beeldende kunstenares.

Werken van Cecil Massou, laureate van de Prijs 2026

Deze zesde editie van de Prijs residentie jonge keramische creatie van de Fédération Wallonie-Bruxelles presenteert het werk van drie jonge keramisten in een tentoonstelling-wedstrijd. Als prijs wacht een residentie van 50 dagen in de ateliers van het museum.

Het doel van deze Prijs is om een jonge kunstenaar te laten ontdekken en hem/haar te begeleiden in zijn/haar parcours door de mogelijkheid te bieden om in residentie te werken bij Keramis. Tijdens deze periode kan de kunstenaar zijn/haar werk rond keramische creatie, onderzoek of experiment verder ontwikkelen, terwijl hij/zij geniet van technische, materiële en financiële ondersteuning.

Dit jaar werden Luna-Isola Bersanetti, Cécile Massou en Barbara Leclerq geselecteerd om hun werk te presenteren. 

Afbeeldingen van Patricia Rijmenants en Annemie Pas