LIER

Lier is een Vlaamse stad in de provincie Antwerpen. Lier ligt ten zuidoosten van de stad Antwerpen en bestaat uit de deelgemeenten Koningshooikt en Lier zelf.

De stad telt ruim 38.000 inwoners en ligt aan de samenloop van de Grote Nete en de Kleine Nete. Lier wordt "de poort der Kempen" genoemd en kreeg de bijnaam Lierke Plezierke. Ook staat Lier bekend als de Netestad. Zijn patroonheilige is Gummarus en de spotnaam voor een Lierenaar is "schape(n)kop".(betekenis zie allerlaatste afbeelding)

De stad is ontstaan in de 7e-8e eeuw rond de Heilige Gummarus (een lokale edelman) en de rivier de Nete.

Hertog I van Brabant verleende deze stad in 1212 stadsrechten. Dankzij de lakennijverheid en het privilege van de veemarkt, kende Lier in de 14e-15e eeuw een grote bloei en werd een belangrijk centrum in Brabant.

In 1496 vond het huwelijk tussen Filips de Schone en Johanna van Castilië (de waanzinnige) plaats in Lier. Een Spaanse koningin die vanuit Spanje naar de Lage Nederlanden kwam om te trouwen was een ongezien evenement voor die tijd. De huwelijksplechtigheid gebeurde in de Sint-Gummaruskerk.

Stadhuis en belfort van Lier

Het historische stadhuis was vroeger de lakenhalle. In de 15de eeuw werd de lakenhalle overgebracht naar het Vleeshuis.

In 1740 werd het gebouw grondig verbouwd in Brabantse rococostijl. Het is ontworpen als een groot herenhuis met een kelderverdieping en het gotische Belfort is in de bouw geïntegreerd.

Het smeedijzeren hekwerk aan de voorgevel werd in 1745 gesmeed en in 1890 gerestaureerd door Louis van Boeckel.

Aan de voorgevel duidt een rozet het niveau van de zeespiegel aan: 6 m.

Heel bijzonder binnenin zijn de sierlijke eiken wenteltrap en de kunstwerken van Louis van Boeckel.

Links bevindt zich de voormalige raadzaal, het huidige infokantoor van Visit Lier. Richt zeker je blik naar boven als je binnen een kijkje neemt. De plafondschilderingen stellen de overwinning van het goede op het kwade voor.
De andere ruimte op de eerste verdieping doet dienst als trouwzaal.

Het vroegere gildehuis van de slagers (1418) heeft nog andere functies gekend: lakenhalle, vredegerecht en gevangenis. Het Vleeshuis werd meerdere malen verbouwd in andere stijlen. De huidige gevel is een neogotische reconstructie uit 1920. De twee stenen leeuwen stonden vroeger aan het stadhuis. Het opschrift S.P.Q.L. (Senatus Populusque Lyrensis) staat voor 'de Senaat en het volk van Lier’. Tegenwoordig is het Vleeshuis een tentoonstellingsruimte.

In 1369 bouwde Hendrik Mijs het slanke gotische belfort naast de lakenhalle, nu het stadhuis.

De toren staat symbool voor vrijheid en zelfstandigheid.

In de middeleeuwen werden in de belforten de stadsprivilegiën en keuren bewaard en hing de stormklok die in geval van nood geluid werd. Het wapenarsenaal werd hier ook ondergebracht.

Sinds 1971 heeft de belforttoren een kleine automatische beiaard met 23 klokken, die om het kwartier een deuntje speelt.

Samen met 23 andere belforten werd het Lierse belfort in 1999 erkend als UNESCO Werelderfgoed.

Charles X lierpendule uit ca 1830

Het schilderij "Het wonder van de boom" (of de omgehakte boom) is een iconisch barokwerk van de Vlaamse meester Theodoor Boeyermans (1620-1678). 

Het verhaal: Het kunstwerk verbeeldt het bekendste mirakel van Sint-Gummarus, de patroonheilige van Lier. Volgens de legende werd een eik door kwaadwilligen omgehakt. Gummarus wist de boom op miraculeuze wijze te herstellen en liet hem weer bloeien met zijn riem.

De kunstenaar: Theodoor Boeyermans was een Antwerpse schilder uit de traditie van Peter Paul Rubens, bekend om zijn levendige historische taferelen. 

Locatie: Het schilderij hangt in de raadzaal van het Stadhuis van Lier, in combinatie met een ander historisch werk van Boeyermans en werken van Isidoor Opsomer. 

    Het schilderij vormt een belangrijk onderdeel van het lokale erfgoed en de legendes rondom Sint-Gummarus.

    Lodewijk van Boeckel

    In 1900 stond kunstsmid Lodewijk 'Louis' Van Boeckel (1857 - 1944) aan de wereldtop van zijn ambacht en behaalde de hoogste onderscheiding op de wereldtentoonstelling van Parijs.

    Naast siervoorwerpen, ontwierp hij ook luchters, bas-reliëfs, trapleuningen, hekken, lantaarnarmen, pompen en uithangborden. Zijn werk behoort tot de romantische periode, maar hij gebruikte ook Jugendstilelementen.

    Niet alleen in Lier vind je zijn werken, maar ook in het buitenland, o.a. het hek van het Witte Huis in Washington DC en de poorten van de Nationale Bank in Athene.

    Samen met horlogemaker Louis Zimmer, schilder Isidoor Opsomer en auteur-schilder Felix Timmermans vormde hij het Klavertje Vier van Lier.

    KLavertje vier: v.l.n.r.: Louis Zimmer, Lodewijk van Boeckel, Felix Timmermans, Isidoor Opsomer

    De Sint-Gummaruskerk, ook wel de Grote Kerk genoemd, is een imposante collegiale kerk in het stadscentrum van Lier.

    Vanaf 1378 bouwde men de toenmalige parochiekerk om tot dit pareltje in Brabantse gotiek. De bouw duurde ongeveer 200 jaar en daarom zie je ook invloeden van barok en rococo.

    De kerk is gewijd aan Gummarus, de patroonheilige van Lier. Hij was ridder en gehuwd met de boosaardige Grimmara. Hij overleed op 11 oktober 714 in Emblem. Zijn leeg graf vind je op de huidige locatie van de Sint-Pieterskapel. In 754, 40 jaar na zijn dood, wordt Gummarus heilig verklaard. Jaarlijks vindt op de eerste zondag na 10 oktober de Sint-Gummarusprocessie plaats.

    In 1496 huwden Filips de Schone en Johanna van Castilië hier.

    In de kerk is één van de oudste en waardevolste glasramen uit de 15de eeuw te bewonderen, een imposante zilveren reliekschrijn van Sint-Gummarus, de Colibrant triptiek, het opvallende koordoksaal, de Lierse kopie van de lijkwade van Turijn en nog veel meer.

    De restauratiewerken aan de Sint-Gummaruskerk startten in het najaar van 2021 en loopt in fases tot 2029. De kerk blijft telkens deels toegankelijk voor publiek.

    De Sint-Gummarustoren aan de Sint-Gummaruskerk is met 83 meter hoogte een belangrijk herkenningspunt in de stad. In de volksmond wordt de kerktoren ook wel 'peperbus' genoemd.

    Door meerdere rampen duurde de bouw bijna 4 eeuwen en dat zie je duidelijk aan de verschillende bouwstijlen: gotiek, barok en rococo.

    Binnenin ontdek je de 18de-eeuwse beiaard met een grote klok van 7,5 ton, een unieke springtrommel en een eeuwenoud torenuurwerk.

    Na een beklimming van 296 treden krijg je boven een adembenemend zicht over Lier en omstreken.

    Sinds einde 15de eeuw klinkt er beiaardmuziek in Lier. Deze prachtige klanken komen vanop de bovenverdieping van de Sint-Gummarustoren.

    In de loop der eeuwen brak er tweemaal brand uit in de Sint-Gummarustoren en smolten de klokken. Ook tijdens de twee wereldoorlogen liep het beiaardinstrument ernstige schade op. Telkens werd het gerestaureerd en deels vervangen. Een groot deel van het huidige instrument dateert uit het begin van de 18de eeuw. 

    Het huidige instrument dat 52 klokken telt en 30 ton weegt, is de zwaarste 18de-eeuwse beiaard van West-Europa. De imposante Sint-Gummarusklok weegt 8 ton en slaat het uur. 

    Tegenwoordig wordt de beiaard steeds populairder en het repertoire is erg gevarieerd. Wanneer je door de stad wandelt, hoor je nu ook jazz, blues, pop of kinderdeuntjes.
    Jaarlijks wordt het automatisch speelwerk uit 1712 op de beiaardklokken voorzien van nieuwe muziek. 

    In 2011 erkent de Vlaamse regering de beiaardcultuur als Immaterieel Cultureel Erfgoed.
    In 2014 heeft UNESCO de Belgische beiaardcultuur toegevoegd aan hun lijst van Werelderfgoed. 

    De Grote Markt vormt sinds de middeleeuwen het kloppend hart van Lier, dat in 1212 stadsrechten kreeg. Al eeuwenlang vinden hier kleine en grote gebeurtenissen plaats: markten, processies, stoeten, evenementen enz.

    De driehoekige vorm zou op de Frankische oorsprong wijzen.

    In 1914 werden de meeste panden op de Grote Markt vernield. Als bij wonder liepen het belfort en het stadhuis weinig schade op. Na WOI werden sommige gebouwen in hun oorspronkelijke vorm herbouwd, andere werden in verschillende neo-stijlen opgetrokken.

    Tussen 2010 en 2012 werd de Grote Markt heraangelegd naar aanleiding van het 800-jarig bestaan van de stad.

    Vlakbij het belfort vind je een messingstrook in de stenen: de meridiaanlijn van Adolphe Quetelet. Quetelet gebruikte in de 19de eeuw een hoek van het stadhuis als naald voor zijn zonnewijzer. Wanneer de zon op zijn hoogste punt staat, vormt de scheidingslijn tussen licht en schaduw de meridiaan.

    Verscholen tussen de kasseien ligt ook een heksensteen, een ronde steen met verwijzing naar verbranding van vermeende heksen. Het stadsbestuur van Lier sprak in 2021 een symbolisch eerherstel uit.

    De meridiaanlijn in Lier bevindt zich op de historische Grote Markt. Deze lijn werd in 1839 ontworpen door de bekende wetenschapper Adolphe Quetelet. Vroeger werd de meridiaan gebruikt om aan de hand van de zon exact te bepalen wanneer het middaguur (12:00 uur zonnetijd) was, zodat burgers hun uurwerken konden gelijkzetten. De lijn is verwerkt in de bestrating en maakt deel uit van het rijke wetenschappelijke en astronomische erfgoed van de stad.

    De heksensteen op de ⁠Grote Markt van Lier is een gedenksteen die herinnert aan de terechtstelling van Cathelyne van den Bulcke. Op 20 januari 1590 werd Cathelyne Van den Bulcke op de Grote Markt terechtgesteld als heks. Na zware martelingen bekende ze haar gemeenschap met de duivel Moonvaeyer. Het Lierse stadsbestuur veroordeelde haar ter dood. De beul wurgde Van den Bulcke alvorens haar te verbranden. In 2021 paste de stad Lier de tekst op de gedenksteen aan. De originele tekst deed de feiten af als 'volksbijgeloof', maar de nieuwe inscriptie erkent het onrecht dat haar is aangedaan. De steen bevindt zich op het centrale plein, ter hoogte van de zitbanken. Historisch gezien was dit ook de locatie van de voormalige schandpaal. 

    Toegangspoort tot het begijnhof op 9 juni 2026 tijdens de restauratiewerken

    Toegangspoort tot het begijnhof  vóór of na de restauratiewerken

    De monumentale toegangspoort van het Begijnhof van Lier (beschermd als Unesco Werelderfgoed) bevindt zich aan de Begijnhofstraat. Stap je onder de toegangspoort door dan ga je 800 jaar terug in de tijd. Boven de poort prijkt het beeld van de heilige Begga, patroonheilige van de begijnen. Elk huisje heeft een naam, zoals Stalleken van Bethlehem. De laatste begijn, zuster Agnes, overleed in 1994 en werd als Lierse Reuzin vereeuwigd. Het 13e-eeuwse hof heeft vier toegangspoorten, waarvan deze de meest iconische is. Stap je eronder door dan ontdek je een miniatuurstadje met geplaveide straatjes en historische huisjes.

    Godshuizen

    Godshuizen werden tijdens de Middeleeuwen gesticht als onderkomen voor bejaarden, zieken en behoeftigen.

    Het Sint-Anna en Sint-Joachim Godshuis (1588) is oorspronkelijk gevestigd in de Kluizestraat. Het wordt in 1613 overgebracht naar de Begijnhofstraat.

    Het Sint-Beatrix Godshuis (1848) staat iets verder in dezelfde straat. Rond 1863 fusioneren de beide godshuizen.

    Na de overbrenging van het Sint-Barbara Godshuis (± 1870) vanuit de Rechtestraat krijgt het Godshuis zijn huidige vorm en dubbele benaming. Het bestaat uit een geheel van kleine woningen rond een binnentuin.

    In de kapel van het Sint-Barbara- en Sint-Beatrix-Godshuis is het Liers Centrum voor Textiele Kunsten gevestigd. Hier kan je een tentoonstelling Lierse kant en parelwerk bekijken. Op de verdieping zie je kantwerksters aan het werk.

    De godshuizen behoren tot de kernzone begijnhof, die erkend is als Unesco Werelderfgoed.

    Het begijnhof in Lier behoort sinds 1998 tot het Unesco Werelderfgoed.

    Het is een typisch 13de-eeuws stratenbegijnhof met 11 smalle straatjes en 95 huisjes. Op de voordeuren staan namen van heiligen of bijbeltafereel. De meeste huisjes zijn uit de 17-18de eeuw en hebben typische voorhofjes en poortjes.

    Oorspronkelijk werden de huisjes bewoond door begijntjes: alleenstaande, gelovige vrouwen die zelfstandig leefden onder toezicht van een grootjuffrouw. Ze legden de gelofte van zuiverheid en gehoorzaamheid af, maar niet van armoede, en leefden van weven of kant borduren. Ze konden het begijnhof vrij verlaten; alleen 's avonds en op zondag bleven de poorten dicht. In 1994 stierf zuster Agnes, het laatste Lierse begijntje.

    Centraal in het begijnhof vind je de Sint-Margaretakerk.

    Het begijnhof wordt de eerstvolgende jaren in meerdere fases gerestaureerd. Twee gerestaureerde panden, Begga's hof en Antonia's huis zijn open voor publiek. 

    In dit huis woonde begijn Antonia Engelen van 1735 tot 1762. Het is gebouwd eind 17e eeuw tijdens de derde uitbreiding van het begijnhof.

    Lierse kant en parelwerk

    De Lierse kant is een bijzondere techniek binnen de kantwereld, want het is geen kloskant, maar handborduurwerk op machinaal geweven tule.  Met een haakpen borduurt men kettingsteken in diverse diktes katoen in tule, die strak op een raam gespannen wordt, wat schaduweffecten oplevert. Vanaf 1860 kan men met een Cornélymachine mechanisch kettingsteken op de tule zetten, die daarna handmatig worden ingevuld.

    Naast deze Lierse kant werd Lier ook wereldbekend met parelwerk ('perlage'). Pareltjes en pailletten worden met kettingsteken op tule geborduurd om zo luxueuze handtassen en avondjurken te creëren. 

    De Sint-Margaretakerk in het begijnhof is toegewijd aan de heilige Margaretha van Antiochië, martelares en patrones van het Liers begijnhof. De bouw begint in de 17de eeuw en pas een eeuw later wordt het bovenste deel van de voorgevel en de klokkentoren afgewerkt. De torenuurwerken zijn typisch voor de middeleeuwen: ze hebben elk maar 1 wijzer die de uren aanduidt. In het indrukwekkende barokinterieur staat een kolossaal Forceville-orgel.

    Dit is het bronzen beeld van "Juffrouw Symforosa", gemaakt door beeldhouwer Roland Rens, dat in het begijnhof van Lier staat naast de Sint-Margarethakerk.

    Het beeld is een eerbetoon aan het hoofdpersonage uit de novelle "De zeer schone uren van juffrouw Symforosa, begijntjen" van de Vlaamse auteur Felix Timmermans. Het werk is gegoten in brons en werd in 1986 geplaatst.

     

    Stadspomp op de Vismarkt in Lier is een historisch monument uit 1835, uitgevoerd in blauwe hardsteen met opvallende blauwe gietijzeren versieringen. Ze werd gebouwd in opdracht van burgemeester Mast De Vries. Het bouwwerk is ontworpen als een zuil door meester-steenhouwer J.J.G. Nuyens. Het is sinds 1980 officieel beschermd als onroerend erfgoed. De decoratieve elementen zijn ontworpen door de architect Louis Auguste Serrure. Onderaan is de zuil versierd met vier opvallende vissen (vaak blauw geschilderd), wat direct verwijst naar de locatie op de Vismarkt.

    Op de pomp staan het stadsschild van Lier en de initialen M.D.V. Dit verwijst naar de toenmalige burgemeester Jan-Baptist Mast De Vries.

    De Gevangenenpoort werd in 1375 opgericht als onderdeel van de eerste stadsomwalling. Deze poort is het enige overblijfsel van de oudste verdedigingsmuur met 5 binnenpoorten. Van de 16de eeuw tot 1930 fungeerde de poort als gevangenis, wat de huidige naam verklaart. De Gevangenenpoort, voorheen Eeckelpoort of Eikelpoort, is een gotische stadspoort met later classicistische aanpassingen (~1728). Aan de Begijnhofstraat is de oorspronkelijke spitsboog bewaard, en aan beide zijden zijn er nissen met beelden van Sint-Rochus en Sint-Margareta.

    Een deel van de Gevangenenpoort wordt nu gebruikt door het aanpalende hotel. 

    De Gevangenenpoort behoort tot de kernzone begijnhof, die erkend is als Unesco Werelderfgoed.

    Links de historische Gevangenenpoort (ook bekend als de 'Toren van Lier') gelegen langs de Kleine Nete in Lier.

    Het is een overblijfsel van de stadsvestingen, vaak begroeid met klimop. Dit beeld is een bekend gezicht tijdens stadswandelingen in Lier zie afbeelding rechts.

    De Stadswoningen De Marmit (samen met Groot Klaverblad en Klein Klaverblad) vormen een beschermd historisch complex in de Heilige-Geeststraat (nrs. 3-4 en 5) in het centrum van Lier. Het pand op nummer 5 is historisch gezien extra belangrijk als het geboortehuis van Meester Louis Zimmer, de beroemde Lierse uurwerkmaker. 

    De panden maakten tot circa 1710 deel uit van het Klaverblad, een bekende Lierse brouwerij. Kort na 1763 is de site opgesplitst in de drie huidige woningen. Het complex is erkend als beschermd onroerend erfgoed

    De Lierse grafittikunstenaar Joachim is de bezieler van het project Lier UP. Samen met internationale collega-graffitiwriters ontwerpt hij een tiental grote muurschilderingen, die op een of andere manier verwijzen naar de Lierse cultuur.

    De Zimmertoren

    De vroegere Corneliustoren uit de 13de eeuw, deel van de oude stadsomwalling, werd in 1930 omgebouwd tot Zimmertoren. Zimmer schonk de Jubelklok aan stad Lier ter ere van het 100-jarig bestaan van België.

    De Jubelklok op de voorzijde van de Zimmertoren fascineert elke bezoeker. De klok toont 13 verschillende tijdsaanduidingen:

    • wettelijke tijd (in België)
    • maancirkel
    • tijdsvereffening
    • zodiak
    • zonnecirkel met zondagsletters
    • dagen van de week
    • wereldbol
    • maanden
    • data
    • jaargetijden
    • watergetijden
    • ouderdom van de maan
    • fasen van de maan

    Klokslag 12 uur verschijnt de “carrousel” op de rechtergevel van de toren:
    de jaartallen 1830-1930, het Belgisch wapenschild, de drie eerste koningen, het Lierse wapenschild en de zes burgemeesters die Lier bestuurden sinds de onafhankelijkheid van België.

    Daarboven zie je 4 poortjes. De figuren stellen de 4 levensfasen voor:

    • kind: Bertha uit de roman "Ernest Staas" van Anton Bergmann
    • jongeling: Anton Bergmann
    • volwassene: kunstsmid Louis Van Boeckel
    • oudere: Mijnheer Pirroen, figuur uit "Anna-Marie" van Felix Timmermans

    Dit is het originele torenuurwerk van de Zimmertoren in Lier. Dit monumentale mechanisch uurwerk dreef vroeger de wijzers en het luid-en slagwerk van de middeleeuwse toren aan. In 1930 verving de Lierse uurwerkmaker Louis Zimmer dit oude mechanisme door zijn wereldberoemde Jubelklok. Het oude uurwerk is bewaard gebleven en staat tentoongesteld in het Zimmermuseum, direct naast de toren. Op de achtergrond van de foto zie je de kenmerkende blauwe aardglobe die ook deel uitmaakt van de astronomische opstelling inhet museum

    Dit is het middelste paneel van de wereldberoemde Wonderklok van Louis Zimmer. dit mechanische meesterwerk bevindt zich in het Zimmermuseum.

    Louis Zimmer bouwde de Wonderklok voor de wereldtentoonstelling in Brussel in 1935 .
    Daarna verhuisde de klok een tijdje naar New York, waar zelfs Einstein onder de indruk van het werk was!

    De Wonderklok is bijna 5 m hoog, weegt 2 ton, heeft 93 wijzerplaten en 14 automaten.
    Het bevat ook de traagst bewegende mechanische wijzer ter wereld: één omwenteling per 25.800 jaar.

    Onderaan de drie panden bevinden zich bewegende mechanische figuren(automaten).

    Louis Zimmer installeerde in 1932 in de toren de Astronomische Studio om het publiek meer vertrouwd te maken met astronomie. Dankzij een haarfijn uitgewerkt mechanisme krijg je meer inzicht in het heelal en het zonnestelsel.

     

    Louis Zimmer (1888-1970) was een autodidact met engelengeduld. Hij was een amateur-astronoom, die opklom tot de absolute top in de uurwerkmakerij.

    Hij was sterk koningsgezind en daarom ontwierp hij zijn Jubelklok voor het eeuwfeest van België.

    Dit beeld toont het historisch pand De Fortuin, een beschermd monument uit 1672 dat aan de Binnennete ligt. Het gebouw bevindt zich op het Felix Timmermansplein en was oorspronkelijk een graanopslagplaats. Naast graanopslag heeft het pand dienst gedaan als steenkoolopslag en limonadefabriek voordat het een horecazaak werd. Op het water is daarnaast een glimp te zien van een van de traditionele palingschuiten van de Koninklijke Moedige Bootvissers, die rondvaarten verzorgen voor toeristen.

    De Aragonbrug is een boogbrug over de Binnennete in de stad Lier. De brug vormt de verbinding van de gelijknamige Aragonstraat en de Kerkstraat. De brug werd gebouwd in 1514 en bestaat uit 3 bogen in metselwerk. In 1914 werd de brug vernield en later terug opgebouwd.

    De brug en de straat werden genoemd naar het nabijgelegen Hof van Aragon, de overnachtingsplaats van Filips de Schone en Johanna van Castilië.

    De spotnaam "Schapenkop" (of 'Schaepshoofd') verwijst naar de inwoners van de Belgische stad Lier.  Het is een van de bekendste stadsbijnamen in Vlaanderen. 

    De geschiedenis van de spotnaam kent twee bekende legendes: 

    De universiteitskeuze: Hertog Jan II van Brabant wilde de Lierenaars belonen voor hun steun in de strijd. Ze mochten kiezen tussen een universiteit of een veemarkt. De Lierenaars kozen voor het laatste, waarop de Hertog hen smalend "schapenkoppen" zou hebben genoemd vanwege hun gebrek aan wijsheid. 

    Het tolverhaal: Een andere (historischere) sage vertelt dat Karel de Stoute de inwoners van Lier liet opdraaien voor de kosten van een zware tolheffing op schapen, waarna de spotnaam ontstond. 

      Tegenwoordig dragen de Lierenaars de naam met trots. Zo is er de Sociëteit van de Schaepshoofden die culturele evenementen organiseert en is er midden in de stad zelfs een standbeeld onthuld ter ere van de schapenkop.

      Afbeeldingen zijn van Katleen Serrien en