Louvain-La-Neuve

Louvain-la-Neuve is een universiteitsstad in de Belgische provincie Waals-Brabant en onderdeel van de stad Ottignies-Louvain-la-Neuve. Louvain-la-Neuve ligt ongeveer 20 kilometer ten zuidoosten van Brussel en is specifiek gebouwd om de Université catholique de Louvain te behuizen.

 

Belangrijke aspecten van de historiek:

  • Ontstaan (1966-1968): Na de communautaire crisis en de splitsing van de KU Leuven, moesten de Franstalige afdelingen (UCL) de stad Leuven verlaten.
  • Locatiekeuze (1969): De keuze viel op het plateau van Lauzelle in de gemeente Ottignies, na een positieve reactie van de toenmalige burgemeester Yves du Monceau.
  • Bouw en Eerste Steen (1971): Op 2 februari 1971 legde Koning Boudewijn de eerste steen van de nieuwe stad.
  • Eerste bewoners (1972): Slechts een jaar later, op 20 oktober 1972, verwelkomde de site de eerste studenten, ondanks dat de stad nog grotendeels in opbouw was.
  • Stadsontwerp: De stad werd ontworpen door planologen en architecten met een "middeleeuwse" inslag, gericht op kleinschaligheid en voetgangerscomfort.
  • Fusie (1977): De gemeente Ottignies-Louvain-la-Neuve werd gevormd door een fusie van de gemeenten Ottignies, Céroux-Mousty en Limelette.
  • Stadstitel (1982): Op 1 april 1982 kreeg Louvain-la-Neuve officieel de titel van stad. 

Musée L

Musée L is een verborgen parel, in de autovrije universiteitsstad Louvain-la-Neuve. Gevestigd in een prachtig gebouw (de voormalige Bibliotheek der Wetenschappen en Technologie) strekt het museum zich uit over zes verdiepingen, elk met een unieke ervaring. Het bevat werken van kunstenaars zoals Magritte, Miró en Delvaux, en wetenschappelijke objecten uit het erfgoed van UCLouvain. Interactieve ruimtes met praktische activiteiten en observatiespellen voegen een speelse dimensie toe. Met zijn diversiteit aan collecties en sferen, komt Musée L naar voren als een modern curiositeitenkabinet dat zowel jong als oud verwondert.

De stad Louvain-la-Neuve doet haar naam eer aan. De stad is amper 50 jaar geleden gesticht, wat de samenhangende en karakteristieke architectuur verklaart. Het Wetenschapsgebouw is dan ook een van de eerste grote gebouwen die na de oprichting van de stad (na de overdracht van eigendom van de Universiteit van Leuven) werden gebouwd. Het Musée L, dateert uit de jaren 70 en is een van de meest opvallende architectonische bezienswaardigheden in Waals-Brabant. Maar het gebouw staat niet alleen rond het iconische Wetenschapsplein; je vindt er ook universiteitsrestaurants, een voormalig postkantoor, het Wetenschapsauditorium en het Pythagorasgebouw.

Dit architectonische ensemble is ontworpen door de Belgische architect André Jacqmain. De brutalistische stijl kenmerkt zich door ruwe, ongecoat betonnen gevels met een textuur die doet denken aan bekistingshout. L-vormige kolommen, eenvoudige materialen en een mix van hout, rode baksteen en beton creëren een moderne, minimalistische esthetiek. Rondom het plein zijn talrijke kunstwerken te bewonderen, waaronder muurschilderingen en sculpturen.

De onderstaande beelden werden waargenomen tijdens de rondleiding door de zes verdiepingen van het gebouw, hetgeen kan worden beschouwd als een reis door de eeuwen van menselijke creatie.

Een gedetailleerde gouden retabel uit een gotische kathedraal, het altaarstuk vertoont typische gotische stijlelementen, zoals spitse bogen en fijn houtsnijwerk. Het is versierd met uitgebreide religieuze figuren en gedetailleerde scènes.

Dit kunstwerk van Pierre Alechinsky is geïnspireerd op fosielen, in het bijzonder de ammoniet, die vaak worden geassocieerd met spiraalvormige patronen in de natuur en kunst.

De voorstelling bevat gestileerde geometrische vormen die lijken op hiërogliefen of een soort codetaal, gerangschikt langs een rode, spiraalvormige lijn op een stenen achtergrond. De rode spiraallijn staat voor de evolutie, de tijd of een oneindige reis. Dergelijke ontwerpen worden soms gebruikt in paleontologische kunst of decoraties met een marien thema om een prehistorisch of mystieke sfeer te creëren.

Links een traditioneel beeld uit West-Afrika dat gebruikt werd als ceremonieel voorwerp, fetiche of in voorouderverering. De stijl is vaak minimalistisch en gestileerd.

Rechtsonder stelt een trofee voor.

Het Museum bewaart zo'n 2 000 stukken uit Afrika, Azië, Amerika en Oceanië. De Afrikaanse kunst is het meest vertegenwoordigd, dankzij de vroegere collectie van de Universiteit, verzameld in de Belgische koloniale context rond het begin van de 20ste eeuw en vervolgens in 1968 gedeeld met KULeuven. Deze collectie werd uitgebreid met verschillende schenkingen. Belangrijkste inbreng is het legaat van Dr. Charles Delsemme, die voorwerpen uit diverse culturen en tijdperken samenbrengt, en de collectie geschonken door psychiater Robert Steichen in 2013, die de context van rituele praktijken toont. De rol van België in Congo heeft veel invloed gehad op onze collecties. Meer dan 50 jaar was de Belgische economie verbonden met handel en kolonialisme. Veel voorwerpen uit deze periode weerspiegelen complexe interacties tussen mensen en culturen en onthullen vaak koloniale uitbuiting en geweld. UCLouvain en het Musée L werken aan het deconstrueren van het koloniale discours om de collecties eerlijker en ethischer te waarderen.

Kuba-Masker, Ngaady a mwaash, komt uit de Democratische Republiek Congo. Het is de vrouwelijke figuur in de Kuba-scheppingsmythe. Gemaakt van gesneden hout en versierd met pigmenten, stof en soms kaurischelpen, vertoont het complexe geometrische patronen die de ontberingen van geboorte en dood symboliseren. Het wordt gebruikt tijdens mannelijke inwijdingsceremonies, waar een man de vrouwelijke rol uitbeeldt.

Dit is een Kuba Pyaang masker uit Congo. Het Kuba-volk bekend als "bliksemmensen", gebruiken deze maskers tijdens rituele ceremonies om geesten van overledenen of de koning te eren. Kenmerkend zijn de diepliggende ogen onder zware wenkbrauwen en de versiering met geometrische patronen, vaak in rood, wit en zwart.

Dit is een Chokwe Mwana Pwomasker uit Angola of de Democratische republiek Congo.Het vertegenwoordigt een jonge vrouw en symboliseert schoonheid en vruchtbaarheid. Het is doorgaans gemaakt van hout en versierd met plantaardige vezels voor het haarstuk. De maskers worden gedragen door mannelijke dansers tijdens initiatieceremonies en festivals.

Dit object is een traditionele houten spleetgong uit Vanuatu. De beelden komen specifiek van het eiland Ambrym in Vanuatu. Het is een muziekinstrument dat wordt bespeeld door met stokken op de centrale spleet te slaan om een diepe, resonerende toon te produceren. De gong stelt vaak een voorouderlijke figuur voor, gekenmerkt door gestileerde gezichten en prominente ronde vormen. Ze worden meestal gesneden uit de stam van een broodboom.

Dit is een nkondi, een specifiek type 'krachtbeeld' van de Kongolese bevolking uit Mayombe. De metalen voorwerpen, zoals spijkers en messen, wijzen erop dat het bij rituelen werd gebruikt om overeenkomsten te bezegelen of een geest op te roepen voor een doel.

Het universiteitsmuseum van Louvain-la-Neuve bezit bijna 30.000 werken uit kunst en beschavingen. De verscheidenheid van de collecties komt voornamelijk door de vele cursussen aan de Universiteit en door talrijke schenkingen. Tegenwoordig is het museumbestand gestructureerd rond drie centrale thema’s.

Om de nieuwste aanwinsten in de collecties onder de aandacht te brengen, biedt het museum een ​​nieuwe tentoonstellingsvorm aan, getiteld "Het leven van de collecties". Ter opening van deze ruimte presenteert het team "Achter de schermen van het atelier van Pierre Caille", een tentoonstelling met een selectie werken die tot nu toe verborgen zijn gebleven in het depot, dankzij een schenking van de familie van de kunstenaar in 2018. 

Pierre Caille (Doornik 1912-Linkebeek 1996) was een Belgische kunstenaar, beeldhouwer, keramist, schilder en graveur, wiens wereld bevolkt wordt door kleurrijke personages. Deze tentoonstelling weerspiegelt zijn brede scala aan technieken en toont tevens objecten uit zijn atelier. Verschillende werken zijn voor deze gelegenheid gerestaureerd en de tentoonstelling belicht ook het restauratieproces, waardoor we een beter begrip krijgen van de gebruikte materialen en het creatieve proces van de kunstenaar. 

Als professor aan La Cambre betekende zijn benadering van keramiek een keerpunt in het onderwijs van deze discipline. 

In 1864 begon men met het aanleggen van een collectie afgietsels, die nu meer dan 1.000 voorwerpen telt. De collectie beslaat alle belangrijke perioden van de kunstgeschiedenis van de oudheid tot de 20ste eeuw.  De eerste stukken werden gebruikt als lesmateriaal voor de eerste cursus christelijke archeologie. Na de Eerste Wereldoorlog, onder leiding van Prof. Fernand Mayence, en in de jaren 1950 door Prof. Jacques Lavalleye, werd de collectie aanzienlijk uitgebreid met afgietsels van beeldhouwwerken uit de Griekse en Romeinse oudheid, de middeleeuwen en de renaissance. In 1974, bij de splitsing van de unitaire universiteit, werd de collectie verdeeld tussen de UCL en de KUL.

Ara Pacis Augustae/Tellus Mater,  19e eeuw, gegoten in 3 panelen naar een marmeren origineel uit 13-9 v.Chr.,  Oude Collectie van de Universiteit (Het altaar van Augustus'Vrede')

Interessante parallel tussen een sculptuur uit de 1e eeuw voor Christus en hedendaagse politieke communicatie. Dit paneel, een afgietsel van een 1e-eeuwse Romeinse sculptuur, toont een idyllische scène met een jonge vrouw die zowel godin als moeder is. De voorstelling straalt sereniteit uit, waar de natuur haar vruchten toont en levende wezens in harmonie zijn. Deze blije scène weerspiegelt de erkenning door de Senaat van de keizerlijke macht. Het belooft het Romeinse volk, onder Augustus, een nieuw tijdperk van voorspoed, een Gouden Eeuw… De middelen van propaganda zijn veranderd, maar beloven politici ons niet dat het beter gaat worden, dat het beste nog moet komen?

Dit afgietsel is van het marmeren beeld Peploskoré uit het oude Griekenland(rond 530 v.Chr.) gevonden op de Akropolis van Athene. De naam komt van het kledingstuk dat ze draagt, een peplos

Kopie van de Doryphoros (de Speerdrager), een verloren gegaan grieks bronzen origineel van de beeldhouwer Polykleitos uit de 5e eeuw v.Chr. Dit beeld is het ultieme voorbeeld van Polykleitos'Kanon, een theorie over de perfecte wiskundige verhoudingen van het menselijk lichaam.

Dit is een houten beeld van een palmezel, een religieus kunstwerk dat Jezus voorstelt op een ezel.

Deze sculpturen werden traditioneel gebruikt in processies op een Palmzondag om Jezus'intocht in Jeruzalem te herdenken. De figuren zijn vaak gemaakt van hout, zoals lindehout of wilgenhout, en waren soms beschilderd. Deze beelden waren populair in Duitsland en andere delen van West-Europa tijdens de Middeleeuwen

Dit gotisch kunstwerk is een engels reliëfpaneel van albast uit de 15e eeuw, dat Christus'nederdaling ter helle (ook wel The Harrowing of Hell of het Anastasis-motief genoemd) uitbeeldt. Christus staat links afgebeeld en draagt een vloeiende mantel. Hij reikt zijn hand uit om de zielen te redden. De zielen stappen letterlijk naar buiten uit de geopende muil van een monster (de traditionele middeleeuwse weergave van de hellemond). De naakte figuren die in een rij biddend naar buiten treden, representeren de rechtvaardigen uit het Oude Testament (zoals Adam en Eva) die door Christus worden bevrijd. Bovenop de poort of architecturale structuur waken engelen over de scène. Eén van de engelen bespeelt een muziekinstrument.

Dit reliëf toont een deel van de beroemde Parthenon-fries, een meesterwerk uit de Griekse oudheid dat oorspronkelijk de muren van de cella van het Parthenon in Athene sierde. Het reliëf toont ruiters en hun paarden die deelnemen aan de Panathenaeën, de belangrijkste religieuze processie van het oude Athene ter ere van de godin Athena. Het betreft hier een hoogwaardige replica of gipsafgietsel van een bas-reliëf van Pentelisch marmer gemaakt in de 5e eeuw vóór Christus onder leiding van de beeldhouwer Phidias.

Dit mozaïekfragment toont waarschijnlijk een personificatie uit de oudheid, zoals Tyche of een seizoen. dergelijke afbeeldingen sierden vaak kerken of openbare gebouwen uit de 3e tot de 6e eeuw na Christus.

Dit kunstwerk getiteld 'De Maanstad II'(La ville lunaire II) 1956 is van Paul Delvaux. De werken van de Italiaanse schilder Chirico wekten zijn smaak voor de oudheid, paleizen, slapende steden en stille treinstations en zijn "aantrekkingskracht tot een bevroren wereld "waar verleden en heden met elkaar verweven zijn. Het tafereel kenmerkt zich door surrealistische elementen, waaronder een dromerige, nachtelijke sfeer en vaak met een eenzame figuur in een onwerkelijk landschap

Dit schilderij heet 'At the Door' en is gemaakt door Paul Delvaux. De schilder staat bekend om zijn schilderijen van enigmatorische vrouwen, vaak geplaatst in architecturale settings die een gevoel van isolatie of droomwereld oproepen.

Dit kunstwerk is een litografie van Joan Miró, getiteld "Maravillas con variaciones acrósticas uit 1975".

Personage van Karel Appel, gemaakt in 1972, is een dynamische lithografie die Appel's beheersing van levendige kleuren en geabstraheerde vormen toont. Het kunstwerk laat een geabstraheerd menselijk gezicht zien in gedurfde blokkerige vormen van rood, geel en zwart. De overdreven ogen en mond stralen emotionele intensiteit en beweging uit. Dit stuk is kenmerkend voor Appel's stijl, waar kinderlijk spontaneïteit en expressieve abstractie samenkomen, die de energie en rauwe emotie van zijn werk belichamen. Het gebruik van dikke omlijningen en levendige kleuren creëert een opvallend contrast, terwijl de abstracte vormen vitaliteit en aanwezigheid uitstralen. Als onderdeel van zijn Serie Personages, toont deze lithografie Appel's focus op menselijke figuren en emoties. De prent is met de hand gesigneerd en gedateerd, wat zijn betekenis als gelimiteerd werk versterkt.

Dit kunstwerk is een sculptuur van de Belgische kunstenaar Pol Bury, getiteld "49 boules de même couleur sur un plan incliné mais surélevé "(49 bollen van dezelfde kleur op een hellend maar verhoogd vlak), gemaakt rond 1966.

De sculptuur bestaat uit houten of metalen bollen die op een piramidevormige constructie zijn geplaats.

Bury staat bekend als een pionier van het kinetisme en meester van de langzame beweging in de kunst.

Dit object is een replica of nabootsing van een oude inscriptie, vaak gebruikt in populaire internetmemes die ten onrechte beweren de beroemde klachtenbrief aan Ea-nasir te tonen. De tekens op deze specifieke afbeelding zijn geen echt Mesopotamisch spijkerschrift. Het is een modern computerlettertype met willekeurig, herhalende symbolen.

De echte klachtenbrief aan Ea-nasir bevindt zich in het British Museum en heeft een heel ander uiterlijk, met authentiek, dicht op elkaar geschreven wigvormige inkepingen in klei.

Moderne klachtenbrief aan Ea-nasir een handelaar uit de stad UR rond 1750 v.Chr.  

Aan handelaar Ea-nasir,

Tot op de dag van vandaag weiger je mij kwalitatief hoogwaardig koper te leveren. Telkens wanneer we zaken doen, stuur je inferieure koperstaven naar mijn boodschappers. Je hebt mij behandeld alsof ik niets waard ben, terwijl ik je mijn zuurverdiende geld heb meegegeven. Je beloofde mijn dienaar (Situm-Sin) topkwaliteit koper, maar gaf hem zware, ondermaatse staven. In plaats van de deal fatsoenlijk af te ronden, stuurde je mijn boodschappers herhaaldelijk weg met de woorden: "Als je het niet wil, zoek je het maar uit." Ik heb mijn geld betaald en verwacht fatsoenlijke waar. Ik ben niet van plan om nog langer genoegen te nemen met jouw slechte service. Lever direct het koper waar ik recht op heb, of geef mij mijn zilver terug. Weet dat ik vanaf nu geen enkele zending van jou meer zal accepteren die niet aan de afgesproken kwaliteit voldoet.

    Met vriendelijke groet, Nanni

    Rondleiding in de stad Louvain-la-Neuve.

    Dit is een foto van het monument voor Georges Lemaître op de Place des Sciences in Louvain-la-Neuve

    Muurschilderingen op de Place Raymond Lemaire

    Dit kunstwerk met de titel "Utopia" is gemaakt door de Argentijnse kunstenares Mariela Ajras en Milu Correch.

    Dit is een muurschildering van kunstenaar Dourone. Het is gemaakt tijdens het Kosmopolite Art Tour festival in 2015

    Dit is een muurschildering genaamd "La Tour Infinie" (De  Oneindige Toren), ontworpen door de Belgische striptekenaar en scenograaf François Schuiten. Ze bevindt zich op de Grote Markt. Het werk is een moderne interpretatie van de toren van Babel, verweven met de vorm van een vrouwelijk standbeeld dat een boek leest, wat symbool staat voor de universiteitsstad en kennis. Het werd gerealiseerd in 2010 door kunstschilder Alex Obolensky, gebaseerd op het ontwerp van Schuiten

    Het kunstwerk heet "Qu'est-ce qu'un intellectuel" ("Een intellectueel, wat is dat?") en is in 1987 gemaakt door Roger Somville. De schildering toont een student die de trappen van kennis beklimt, waarbij de symboliek verwijst naar een regressie in de tijd, beginnend bij oude denkers. Het levert kritiek op de positie van de intellectueel binnen de mensheid.

    Dit kunstwerk getiteld "C'est la vie", (zo is het leven) is onderdeel van een enorme muurschildering van 650 m2 op de Agora-auditoriums en de Agora-studio gemaakt door Claude Rahir. Het vertelt de geschiedenis van de universiteit van 1425 tot 1980. De kunstenaar schilderde het grootste deel van dit fresco in 1977 en voltooide de rechterzijde bijna twintig jaar later, tijdens een restauratie die in 1995 werd uitgevoerd. Het werk is ook tweemaal gesigneerd en gedateerd: Rahir 77 onderaan het fresco, verticaal onder het meisje met de viool, en C'est la Vie. Cl. Rahir 95 helemaal rechts.

    Tegen een overwegend groene achtergrond, versierd met talrijke plantmotieven en een grote witte vogel in de linkerhoek, beeldt het fresco de verschillende seizoenen van het leven uit, door middel van talrijke scènes zoals een lezend echtpaar, een zwangere vrouw, een jonge vrouw die cello speelt, begeleid door een klein meisje dat viool speelt, een moeder met haar kind en een echtpaar van middelbare leeftijd. Naast deze scènes uit het dagelijks leven beeldt het fresco ook religieuze figuren uit, zoals een geestelijke die fluit speelt .

    Echtpaar en moeder met haar kind

    Moeder speelt met haar kind

    Een jonge vrouw die cello speelt, begeleid door een klein meisje dat viool speelt,

    Een zwangere vrouw

    Het gedeelte van de muur aan de achterzijde van de Studio Agora Auditoria boven de straat van de Toverlantaarn is versierd met een ander groot fresco van Claude Rahir, getiteld Kleine Verhalen van een Grote Universiteit. Deze muurschildering is alles wat overgebleven is van een enorm fresco van 60  m lang en 13  m hoog, met een oppervlakte van 668  m2, gemaakt door Claude Rahir in 1984 en voor meer dan 90% bedekt in 1991 tijdens de bouw van het gebouw van het Instituut voor Bestuur en Management (IAG - College van Decanen ) vier jaar later. De muurschildering is niet vernietigd: ze bestaat nog steeds, beschermd door een laag polystyreen, maar ze is onzichtbaar.

    "Het fresco opent met de stichtingsakte van de universiteit". Het beeldt paus Martinus V af , zittend op een troon en met de tiara op , terwijl hij op zijn schoot een document houdt waarvan men vermoedt dat het de stichtingsbul van de Universiteit van Leuven is .9 december 1425.

    Rechts van Martin V is het stadhuis van Leuven afgebeeld, en daaronder zijn de eerste colleges van de universiteit te zien, met een professor en middeleeuwse studenten, volgens een tekening uit 1467 van "G. Lichton, een UCL-student filosofie ". Naast deze scène is een jonge vrouw afgebeeld die ligt onder een gedicht van Louise Labe (1526): " Ik verwelk en bloei tegelijk. Zo leidt de liefde mij onbestendig . "

    Dit kunstwerk is een grootschalige muurschildering van de Belgische streetart-kunstenaar Loup Bellem.

    Het bevindt zich op de gevel van een gebouw van de huisvestingsmaatschappij Notre Maison.

    Het werk is gemaakt in het kader van het lokale straatkunstproject Olala (Ottignies-Louvain-la-Neuve).

    De kunstenaar won een wedstrijd om deze monumentale, kleurrijke figuur vol ingewikkelde patronen en kleinere verborgen illustraties op de rode muur te mogen realiseren.

    Gebouw op de Grand-Place (Grote Markt) van Louvain-la-Neuve. Het plein en de omliggende gebouwen zijn grotendeels in de jaren 1970 gebouwd als onderdeel van een geplande stad voor de Université catholique de Louvain. De architectuur wordt gekenmerkt door beton en baksteen, typisch voor die periode. De stad is volledig autovrij in het centrum en gebouwd bovenop een betonnen plaat, bekend als de 'dalle universitaire', waaronder de logistieke voorzieningen en winkels zich bevinden. De Grote Markt fungeert als een evenementenlocatie waar jaarlijks initiatieven zoals "Louvain-la-Plage" (een stadsstrand) en "Louvain-la-Neige" (een kerstmarkt) worden georganiseerd.

    De afbeeldingen tonen de kapel van het Fra Angelico-klooster (2010) in Louvain-la-Neuve. De constructie is gemaakt van polycarbonaat en hout. De kunstenaar voor dit project is de in Parijs verblijvende  Koreaanse dominicaan en kunstenaar Kim En Joong. Het nieuwe klooster van de paters Dominicanen in Louvain-La-Neuve werd genoemd naar Fra Angelico, de beroemde 15e-eeuwse schilder en dominicaan uit het Italiaanse Florence. Het bureau Agda van de Waalse architecten Benoît Gillon en Géry Despret ontwierp de kapel in de vorm van een monumentaal ei. Dat oeroude vruchtbaarheidssymbool verwijst in de christelijke iconografie naar Pasen: de verrijzenis van Christus. Deze deels open en gesloten eivorm in hout werd op een harmonieuze manier geïntegreerd in het kloostergebouw. Door de verlichting van de kapel van binnenuit vormt de kapel ’s avonds en ’s nachts een opmerkelijk lichtbaken in Louvain-La-Neuve. ‘Wij willen door onze prediking, studie en pastoraat letterlijk en figuurlijk een baken zijn voor de universitaire gemeenschap,’ zegt prior Stéphane Braun. Bij de inrichting ging Kim En Joong niet over één nacht ijs. Vooreerst ontwierp hij vier lyrisch-abstracte glasramen achter het altaar, met als overheersende kleur respectievelijk groen, rood, blauw en geel. Hoewel ze zijn opgebouwd uit flarden van felle kleuren en een sterke dynamiek uitstralen, overheerst een sfeer van rust en contemplatie. De bij  uitstek meditatieve glasramen ademen een spirituele gevoeligheid en geven vorm aan de innerlijke bewogenheid van de kunstenaar. Deze vier wegwijzers naar een hogere dimensie kunnen meervoudig worden geïnterpreteerd. Ze verwijzen zowel naar de vier evangelisten als naar de vier seizoenen. 

    Dit kunstwerk is een abstracte metalen sculptuur van de Franse beeldhouwer Jean Campa, getiteld Cyrano (of le Cycliste). Het beeld staat opgesteld in de openbare ruimte vlakbij de Rue des Wallons. De stijl is brutalistisch en abstract modernisme, opgebouwd uit gevormde en aan elkaar gelaste platen metaal. De structuur toont een abstracte figuur die versmolten lijkt met een groot wiel, wat beweging en snelheid suggereert.

    Dit monumentale kunstwerk is getiteld "Univers" en is gemaakt door de Belgische kunstenares Marie-Paule Haar De sculptuur bevindt zich in het parc de la Source. Het werk is vervaardigd uit cortenstaal. Het is een driedimensionaal beeld bestaande uit gebogen vormen en platen die een kosmisch of universeel thema lijken te verbeelden.

    Station van Louvain-la-Neuve, bevindt zich in een tunnel onder het stadscentrum en maakt deel uit van een groter complex.

    Dit is het bronzen beeld Léon et Valérie van de kunstenares Geneviève "Gigi" Warny. De fontein  bevindt zich op de Place de l'Université. Het stelt twee studenten voor die gehurkt rond een open boek zitten, hoewel ze niet echt lijken te lezen. Het werk werd in 1984 onthuld en geschonken door een Amerikaanse mecenas.

    Dit kunstwerk bevindt zich in de muren van de universiteitshallen. Het is getiteld "La main au diplôme" (De hand met het diploma). Het is gemaakt door Geneviève (Gigi) Warny in 1995. De bronzen hand die uit de muur komt en een diploma aanbiedt, symboliseert de voltooiing van de studie aan de universiteit.

    Place des Wallons

    Deze muurschildering bevindt zich vlakbij het Musée Hergé. De afbeelding vertoont een stripverhaal-fresco in de openbare ruimte.

    De stijl is geïnspireerd op het werk van Hergé, de maker van Kuifje.

    Het werk maakt deel uit van het stripmuur-circuit in deze stad

    Dit gebouw is het Musée Hergé. Het is volledig gewijd aaan het leven en het werk van de Belgische striptekenaar Georges Remi, beter bekend onder zijn pseudoniem Hergé, de geestelijke vader van Kuifje (Tintin). Het gebouw is ontworpen door de Franse architect Christian de Portzamparc. Het heeft een opvallende, minimalistische witte structuur met grote, onregelmatige raampartijen. Binnenin weerspiegelen de specifieke vormen en kleuren de dynamiek van de klare lijn uit de stripwereld van Hergé. Het museum ligt verscholen in een bosrijke omgeving aan de rand van de universiteitsstad en is bereikbaar via een houten voetgangersbrug

    Het bronzen standbeeld in de tuin voor het Hergé Museum in Louvain la Neuve is een eerbetoon aan Georges Prosper Remi. Het beeld werd in mei 2019 onthuld en toont de tekenaar geconcentreerd aan het werk. Naast hem zitten kleine versies van Kuifje en diens hond Bobbie, en op zijn schouders rust zijn eigen huiskat. Het kunstwerk is ontworpen door de Belgische kunstenaar Tom Frantzen. 

    Dit kunstwerk is het stenen standbeeld "Maternité" (Moederschap) gemaakt door de Belgische beeldhouwer Alphonse Darville in 1955. het toont een gestileerde moederfiguur die teder haar kind vasthoudt, geïntegreerd in een hoge, organische zuil van ruw behouwen natuursteen.

    De foto links toont de evenementenagenda op een spandoek van de Belgische cultuur-en concertzaal La Ferme du Biéreau. Op de poster is het culturele programma te zien. Het spandoek rechts kondigt de uitbreidings-en vernieuwingsplannen aan voor de cultuurlocatie onder de slogan "En 2025-2026, La Ferme! s'agrandit pour mieux vous accueiller".

    Deze Brabantse boerderij, daterend uit de 12e eeuw en al in 1601 genoemd, was meer dan zes eeuwen eigendom van de abdij van Florival in Archennes, een vrouwenklooster. Oorspronkelijk was heel het domein waarop Louvain la Neuve is gebouwd, landbouwgebied in een erfpacht van de Abdij van Florival. Er stonden slechts 2 grote Brabantse hoeven op dit domein. Gezien het historisch karakter werden deze bewaard.
    Na de Franse revolutie kwam de hoeve na vele omwegen in bezit van de familie Solvay en nadien in handen van de familie Boël.
    Deze prachtige  hoeve wordt momenteel gerestaureerd en doet dienst als cultureel centrum.

    Het wapen van Anne Joséphe de la Croix, abdis van Florival van 1733 tot 1749, siert de boerderij nog steeds en werd in 1991 opgenomen in het wapen van de stad, met vier sint-jakobsschelpen die Louvain-la-Neuve symboliseren, naast de symbolen van Céroux, Limelette, Ottignies en Mousty. Dit wapen heeft in het midden het kruis van Sint Benedictus, bestaande uit een cirkel met een kruis, boven het Latijnse motto: "Crux Mihi Dux" (Moge het kruis mijn gids zijn). Het kruis is versierd met vier sint-jakobsschelpen en geflankeerd door twee hoge bloeiende planten. In de schuurmuur, boven een deur, is een steen ingemetseld met het jaartal "Anno 1722". 

    De afbeeldingen zijn van Annemie Pas en Patricia Rijmenants

    Maak jouw eigen website met JouwWeb