HULST-KEMZEKE 14 Oktober 2026

Bij het binnenrijden van het stadscentrum zie je het verhaal van Reynaert De Vos en de link met Hulst

De vertelling over de sluwe vos Reynaert is een satirisch dierenverhaal, waarin de middeleeuwse samenleving een spiegel wordt voorgehouden. Het is een van de vroegste werken die in de volkstaal werden geschreven. In het verhaal zijn plekken in de omgeving van Hulst herkenbaar. De stad noemt zich dan ook de Reynaertstad.

Hulst koestert sinds begin twintigste eeuw zijn plaats in het Reynaertverhaal. Er werden heel wat studies naar de situering verricht en de connectie werd ook op cultureel gebied uitgebuit. Sinds 1938 staat in Hulst een beeld van Reynaert, ontworpen door Anton Damen. Eerst op de Markt, in 1945 werd het verplaatst naar net buiten de Gentsepoort.

Het verhaal

In het dierenrijk houdt koning Nobel hofdag. Bijna alle dieren klagen over de kwaadaardige streken van Reynaert de vos. Bruun de beer en Tibeert de kater worden er na elkaar op uitgestuurd om de vos te dagvaarden, maar deze zet hen dat lelijk betaald. Grimbeert de das lukt het wel om Reynaert aan het hof voorgeleid te krijgen. De vos wordt ter dood veroordeeld. Terwijl Bruun, Tibeert en Isengrijn de wolf de galg al oprichten, weet de listige Reynaert koning Nobel met een subliem verhaal te overtuigen – ten onrechte! – van zijn onschuld en wijst hij juist Bruun, Tibeert en Isengrijn aan als degenen die straf verdienen. Als hij dan ook nog een schat ter sprake brengt, gaan de koning en koningin overstag. Reynaert wordt vrijgesproken. Maar weldra maakt de wrede vos nieuwe slachtoffers en blijven koning Nobel en zijn hof verslagen achter.

Satire

Van den Vos Reynaerde is een satire, die de middeleeuwse samenleving, met name de omgeving van de vorst, een spiegel voorhoudt. De vertelling laat zien dat hebzucht en eigenbelang de vijanden zijn van rechtvaardigheid, rechtszekerheid en hoofse beschaving. Maar het verhaal erkent ook hoe belangrijk formele rechtsregels en de principes van ‘vrede’ en ‘zoen’ zijn.

De Sint-Willibrordusbasiliek is een monumentale, Brabants-gotische kruisbasiliek in het hart van de vestingstad Hulst(Zeeland), gelegen aan de Steenstraat 2.

 

Omstreeks 1200 verrees aan de voet van een motte een kleine romaanse kerk. In de eerste helft van de 15e eeuw maakte ze plaats voor een kerk in Brabantse gotiek, met de opvallende vieringtoren. Vanaf 1462 werd de kerk onder bouwmeester Everaert Spoorwater herbouwd in haar huidige vorm. Een brand legde tijdens de werken de toren, het schip en het nieuwe koor in de as. Na Spoorwaters overlijden werden de werken op 3 mei 1481 hervat onder leiding van de Antwerpse architect Herman de Waeghemaekere. Voor het hoofdportaal deed hij van 1482 tot 1484 een beroep op Matthijs II Keldermans. Diens achterneef Laurens II Keldermans voltooide de bouw omstreeks 1534; de kerk werd in 1535 opgeleverd.

De torenspits werd meerdere malen vervangen. De eerste werd in 1668 door bliksem verwoest. In 1724 kwam er een nieuwe spits in classicistische stijl, die in 1876 afbrandde. Daarna verrees een toren naar ontwerp van Pierre Cuypers. Omdat deze tijdens de Tweede Wereldoorlog als uitkijkpunt over de Westerschelde diende voor de Duitse bezetter, schoten Poolse bevrijders hem in 1944 kapot. In 1957 won Jan Brouwer een prijsvraag voor een nieuwe spits. Zijn ontwerp, De Prediker, werd gebouwd. De toren wordt bekroond door een Christusbeeld, omringd door engelen en stemvorken bij de klokken. De toren is ongeveer 60 meter hoog.

In 1935 verhief Paus Pius XI de kerk tot basiliek. In 2009 werd ze uitgeroepen tot mooiste kerk van Nederland tijdens een verkiezingvan het NCRV-radioprogramma Plaza.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog legerden Duitse soldaten in de kerktoren, vanwege het geweldige uitzicht over oostelijk Zeeuws-Vlaanderen en de Westerschelde. Zij schreven naziteksten op de muren en tekenden een hakenkruis. Na de oorlog ontstond ophef over verwijdering van de bekladding. Uiteindelijk bleven de graffiti behouden als herinnering.

 

 

Hier zie je de steunberen of contreforts: massieve plaatselijke verzwaringen van het muurwerk. Ze versterken de muur en vangen de zijdelingse druk of spatkrachten van gewelven, luchtbogen of kappen op, om die naar de fundering af te voeren.

Het gotische gewelf bestaat uit kruisribgewelven en spitsbogen. Deze oefenen, anders dan een plat dak, zijwaartse druk uit op de hoge muren van het middenschip. Zonder steun zouden deze muren erg dik moeten zijn. Daarom ontwikkelde men in de middeleeuwen de steunbeer, die via luchtbogen de druk opvangt. Vaak waren er meerdere luchtbogen en steunberen. Hierdoor konden muren hoog en relatief dun worden gebouwd, met grote ramen voor decoratief glas in lood.

Een pilaster of wandpijler is ook een muurverzwaring, maar minder diep dan breed. Hij steekt minder ver uit dan een steunbeer en heeft vooral een decoratieve functie.

 

De pagadders zijn beeldjes van Spaanse soldaten in het centrum van de Zeeuwse stad Hulst. De eerste dertien beeldjes (Felicia, Mira, Celebro, Biblio, Picaro, Silencio, Corte, Puerta, Rico, Flamenco, Cavar, Vuelo, Curioso, Piedra, Hermana, Barco, Torpe, Molino) werden in november 2018 geplaatst en verwijzen naar de vroegere Spaanse aanwezigheid in Hulst. De pagadores waren te klein om te worden ingezet in de frontlinie. Daardoor werden ze ingezet voor verschillende taken, zoals het rondbrengen van de soldij (ze gaven ook -verkeerdelijk- hun naam aan de zogenaamde pagaddertoren). Ze werden geplaatst op of bij verschillende monumenten: stadhuis van Hulst, Gentse Poort, Bagijnepoort, De Stadsmolen, Museum Hulst, Keldermanspoort (Bollewerckpoort), Dubbele Poort, Refugiehuis Baudeloo, uitzichtpunt 'Niemandsland' op de grens met België, en een reizende carnavalspagadder Celebro. Na herhaald vandalisme werden twaalf van de dertien beeldjes in 2018 weggehaald maar ze keerden in 2019 terug. Later zijn Felicia, Mira, Celebro, Biblio en Picaro ook nog in Hulst aangekomen, waarmee het totaal aantal pagadders nu op achttien staat. Brouwerij Vermeersen brouwt ook een Pagadder-bier.

Picaro (Pagadderke Pis) bij de Nieuwe Bierkaai is een knipoog naar het Belgisch Manneken Pis.

Campéon, een sportieve pagadder bij de ingang van het Stadspark en het Havenfort, geplaatst om Hulst als sportieve gemeente te symboliseren.

Begin 16e eeuw, toen de poort werd gebouwd, was Hulst omgeven door middeleeuwse vestingwerken. De huidige omwalling dateert uit de eerste helft van de 17e eeuw. Stadsmuren werden afgewisseld met aarden wallen. Op de plek van de latere land- en waterpoort lag een havengeul, die Hulst verbond met de Honte, voorloper van de Westerschelde. Hier eindigden ook de wegen naar het Land van Axel en het Land van Hulst. Eerst werd een aarden bolwerk aangelegd. Omdat de vijand deze zijde steeds opnieuw wist te veroveren, besloot men de Bollewerckpoort te bouwen.

Het poortcomplex werd tussen 1506 en 1509 gebouwd. Het had twee flanktorens en een front, alle met schietgaten. Tussen torens en front hingen houten poorten. Tegenover de landpoorten lagen zware hoofden voor valbruggen. De havendoorgang kon met ijzeren hekken voor scheepvaart worden afgesloten; de scharnieren zijn er nog. Volgens Remie Verras, gepensioneerd scheepsbouwer uit Walsoorden, was de tunnel theoretisch groot genoeg voor schepen tot 700 ton: “Mee giertaai konden er flinke knapen binnen komen. Pas op, dat waren platbodems die bij laag water droog konden vallen.”